ECLI:NL:HR:2021:414
public
2021-04-09T10:39:23
2021-03-18
Raad voor de Rechtspraak
Hoge Raad
2021-03-19
20/01446
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
NL
Civiel recht
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:215, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2020:321, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtspraak.nl
RvdW 2021/340
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:414
public
2021-03-19T15:15:47
2021-03-19
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:HR:2021:414 Hoge Raad , 19-03-2021 / 20/01446

Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Huurovereenkomst woning. Betreft de overeenkomst de gehele woning (inclusief de zolderverdieping)?

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/01446

Datum 19 maart 2021

ARREST

In de zaak van

[eiser],wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: R.K. van der Brugge,

tegen

[verweerder],wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

hierna: [verweerder],

niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in kort geding in de zaak 7174541 VV EXPL 18-395 van de kantonrechter te Rotterdam van 7 november 2018;

  2. de arresten in de zaak 200.254.639/01 van het gerechtshof Den Haag van 2 april 2019 en 3 maart 2020.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 3 maart 2020 beroep in cassatie ingesteld.

Tegen [verweerder] is verstek verleend.

De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 19 maart 2021.