ECLI:NL:HR:2021:529
public
2021-06-03T10:10:49
2021-04-08
Raad voor de Rechtspraak
Hoge Raad
2021-04-09
20/00002
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
NL
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:1086, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2019:8019, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtspraak.nl
RvdW 2021/436
Prg. 2021/132
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:529
public
2021-04-08T17:43:29
2021-04-09
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:HR:2021:529 Hoge Raad , 09-04-2021 / 20/00002

Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Tijdigheid van verzet tegen verstekvonnis. Vermoeden van daad van bekendheid van veroordeelde door handelwijze van diens advocaat buiten rechte (art. 143 lid 2 Rv)?

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/00002

Datum 9 april 2021

ARREST

In de zaak van

[eiseres],wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

hierna: [eiseres],

advocaat: M.E. Bruning,

tegen

de gezamenlijke erfgenamen van wijlen [betrokkene 1],bij leven wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

hierna: de gezamenlijke erfgenamen van [betrokkene 1],

niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak C/19/116472/HA ZA 16-203 van de rechtbank Noord-Nederland van 16 november 2016;

  2. het vonnis in de zaak C/19/120008/HA ZA 17-172 van de rechtbank Noord-Nederland van 8 augustus 2018;

  3. het arrest in de zaak 200.249.768/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 oktober 2019.

[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Tegen de gezamenlijke erfgenamen van [betrokkene 1] is verstek verleend.

De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de gezamenlijke erfgenamen van [betrokkene 1] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 9 april 2021.