ECLI:NL:HR:2021:553
public
2021-04-21T10:07:34
2021-04-09
Raad voor de Rechtspraak
Hoge Raad
2021-04-09
20/03236
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
NL
Bestuursrecht; Belastingrecht
Rechtspraak.nl
FutD 2021-1170
Viditax (FutD), 09-04-2021
NTFR 2021/1280
V-N Vandaag 2021/898
V-N 2021/18.16.1
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:553
public
2021-04-09T11:39:53
2021-04-09
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:HR:2021:553 Hoge Raad , 09-04-2021 / 20/03236

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van artikel 80a RO.

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 20/03236

Datum 9 april 2021

ARREST

in de zaak van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIEN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 18 augustus 2020, nrs. BK-19/00681 tot en met BK-19/00684, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 18/7548, 18/7550, 18/7551 en 19/6133) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2008 tot en met 2011 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente.

1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.

De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet–ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2021.