ECLI:NL:HR:2021:573
public
2021-05-07T10:11:32
2021-04-12
Raad voor de Rechtspraak
Hoge Raad
2021-04-13
19/03197
Cassatie
NL
Strafrecht
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:376
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2021-0101
RvdW 2021/471
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:573
public
2021-04-12T18:49:39
2021-04-13
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:HR:2021:573 Hoge Raad , 13-04-2021 / 19/03197

Aanwezigheidsrecht, detentie uit anderen hoofde gebleken uit in cassatie overgelegd stuk. Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. hennepteelt (art. 3.B Opiumwet) en diefstal d.m.v. verbreking (art. 311.1.5 Sr). P-v van tz. in h.b. houdt in dat noch verdachte noch zijn raadsman is verschenen, waarna hof verstek heeft verleend. HR: Op gronden vermeld in CAG is achteraf bezien ’s hofs beslissing om tegen verdachte verstek te verlenen en onderzoek op tz. voort te zetten, onjuist. Wegens groot belang van verdachte om bij behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn, moet verdachte mogelijkheid worden geboden om zijn zaak alsnog in h.b. in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen. CAG: Uit aan schriftuur gehechte stukken (aan herkomst en betrouwbaarheid waarvan in redelijkheid niet behoeft te worden getwijfeld) moet worden afgeleid dat verdachte t.t.v. behandeling van zijn strafzaak in h.b. uit anderen hoofde was gedetineerd, zodat aan recht van verdachte om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht is tekortgedaan. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 19/03291 P.

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/03197

Datum 13 april 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 juni 2019, nummer 21/003687-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

hierna: de verdachte.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel stelt dat het hof ten onrechte verstek heeft verleend tegen de niet-verschenen verdachte. Het voert daartoe aan dat de verdachte tijdens de behandeling van zijn zaak op de terechtzitting in hoger beroep in verband met een andere strafzaak was gedetineerd.

2.2

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5 tot en met 8 is achteraf bezien de beslissing van het hof om tegen de verdachte verstek te verlenen en het onderzoek op de terechtzitting voort te zetten onjuist. Wegens het grote belang van de verdachte om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn, moet de verdachte de mogelijkheid worden geboden om zijn zaak alsnog in hoger beroep in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen. Dit leidt ertoe dat de uitspraak van het hof moet worden vernietigd en dat de zaak moet worden teruggewezen opdat deze opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.3

Het cassatiemiddel is dus terecht voorgesteld.

3Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 april 2021.