ECLI:NL:HR:2021:58
public
2021-02-09T20:04:53
2021-01-14
Raad voor de Rechtspraak
Hoge Raad
2021-01-15
20/01732
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
NL
Bestuursrecht; Belastingrecht
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2020:3828
Rechtspraak.nl
FutD 2021-0152
Viditax (FutD), 15-01-2021
V-N Vandaag 2021/165
NTFR 2021/550
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:58
public
2021-01-14T11:20:49
2021-01-15
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:HR:2021:58 Hoge Raad , 15-01-2021 / 20/01732

HR: 81.1 RO.

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 20/01732

Datum 15 januari 2021

ARREST

in de zaak van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 mei 2020, nr. 19/00460, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nr. AWB 18/5185) betreffende van belanghebbende geheven leges.

1Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.

2Beoordeling van de klacht

De Hoge Raad heeft de klacht over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klacht niet kan leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klacht is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2021.