ECLI:NL:HR:2021:587
public
2021-05-07T10:11:51
2021-04-15
Raad voor de Rechtspraak
Hoge Raad
2021-04-16
20/03383
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
NL
Civiel recht; Personen- en familierecht
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:195, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2020:5707, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtspraak.nl
RvdW 2021/451
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:587
public
2021-04-16T15:13:03
2021-04-16
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:HR:2021:587 Hoge Raad , 16-04-2021 / 20/03383

Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Bewind. Verzoek tot ontslag bewindvoerder. Gewichtige redenen. Art. 1:448 lid 2 BW.

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/03383

Datum 16 april 2021

BESCHIKKING

In de zaak van

[rechthebbende],wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

hierna: [rechthebbende],

advocaat: J.H.M. van Swaaij,

tegen

[de bewindvoerder] handelend onder de naam [A],gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de bewindvoerder,

niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de beschikking in de zaak 8045211 BM VERZ 19-2172 van de rechtbank Overijssel van 6 december 2019;

  2. de beschikking in de zaak 200.275.816 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 juli 2020.

[rechthebbende] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De bewindvoerder heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [rechthebbende] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 16 april 2021.