Art. 81 lid 1 RO. Familierecht. Verlenging uithuisplaatsing. Afwijzing verzoek om contra-expertise (art. 810a lid 2 Rv) en weigering producties.
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/01517
Datum 16 april 2021
BESCHIKKING
In de zaak van
[de moeder],wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de moeder,
advocaat: mr. R.K. van der Brugge,
tegen
1. RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, REGIO NOORD-NEDERLAND,gevestigd te GRONINGEN
2. LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & RECLASSERING,gevestigd te Groningen,
3. [de pleegouders],wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: de Raad, de GI en de pleegouders,
niet verschenen,
4. [de vader],wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de vader,
advocaat: E.F.A. Linssen-van Rossum.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de beschikkingen in de zaken C/18/191703 / FARK 19-1158 en C/18/190349 /JE RK 19-126 van de rechtbank Noord-Nederland van 5 april 2019, 12 april 2019, 24 mei 2019 en 30 juli 2019;
-
de beschikking in de zaken 200.264.990/01 en 200.268.573/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 februari 2020.
De moeder heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Het cassatierekest en het aanvullend verzoekschrift zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De Raad, de GI en de pleegouders hebben geen verweerschrift ingediend.
De vader heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de moeder heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 16 april 2021.