Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Beëindiging ouderlijk gezag. Motiveringsklachten.
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/03695
Datum 30 april 2021
BESCHIKKING
In de zaak van
[de moeder],wonende op een geheim adres,
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de moeder,
advocaat: K. Aantjes,
tegen
DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, REGIO ARNHEM,
gevestigd te Arnhem,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de raad,
niet verschenen.
Als belanghebbenden zijn in hoger beroep aangemerkt:
1. [de vader],
wonende te [woonplaats],
hierna: de vader,
niet verschenen,
2. de gecertificeerde instelling WILLEM SCHRIKKER STICHTING
JEUGDBESCHERMING & RECLASSERING,
gevestigd te Amsterdam,
hierna: de GI,
niet verschenen.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de beschikking in de zaak C/05/362865 / FA RK 19-4025 van de rechtbank Gelderland van 12 februari 2020;
-
de beschikking in de zaak 200.278.728 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 september 2020.
De moeder heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raad, de vader en de GI hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep, waarbij toepassing van art. 81 RO in overweging wordt gegeven.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 30 april 2021.