ECLI:NL:HR:2021:99
public
2021-01-23T00:01:25
2021-01-21
Raad voor de Rechtspraak
Hoge Raad
2021-01-22
20/00062
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
NL
Civiel recht
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:1214, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2019:3740, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:99
public
2021-01-21T18:15:07
2021-01-22
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:HR:2021:99 Hoge Raad , 22-01-2021 / 20/00062

Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige overheidsdaad. Causaal verband tussen onrechtmatig handelen gemeente en schade?

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/00062

Datum 22 januari 2021

ARREST

In de zaak van

[eiseres],wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

hierna: [eiseres],

advocaat: M.A.M. Wagemakers,

tegen

GEMEENTE AMSTERDAM,zetelende te Amsterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: de gemeente,

advocaat: J.F. de Groot.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak C/13/593492 / HA ZA 15-825 van de rechtbank Amsterdam van 17 augustus 2016;

  2. het arrest in de zaak 200.203.878/01 van het gerechtshof Amsterdam van 15 oktober 2019.

[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

De gemeente heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de gemeente mede door J. van Kralingen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de gemeente begroot op € 6.971,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 22 januari 2021