Ontvankelijkheid - Het bestreden landsbesluit is gedateerd 22 juli 2020. Uit het door verweerder ter zitting overgelegde ontvangstbewijs blijkt dat klager het bestreden landsbesluit op 30 juli 2020 heeft ontvangen. Klager had dus uiterlijk op maandag 31 augustus 2020 (nu 29 augustus 2020 op een zaterdag valt) hiertegen kunnen opkomen. Klager heeft op 2 september 2020 zijn bezwaar bij het gerecht ingediend. Het gerecht overweegt derhalve dat klager niet tijdig in bezwaar is gekomen tegen het bestreden landsbesluit.
Uitspraak van 11 januari 2021
Gaza nr. AUA202002145
HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het bezwaar van:
[klager],
wonend te Aruba,
KLAGER,
procederend in persoon,
tegen:
DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,
zetelend te Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. M.P. Jansen (DWJZ).
PROCESVERLOOP
Bij landsbesluit van 22 juli 2020 (het bestreden landsbesluit) heeft verweerder besloten om klager met ingang van dagtekening landsbesluit ontslag te verlenen.
Hiertegen heeft klager op 2 september 2020 bezwaar gemaakt, door indiening van een bezwaarschrift bij het gerecht.
Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 november 2020. Klager is in persoon verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Y.F.M. Kaarsbaan occuperende voor de gemachtigde voornoemd.
De uitspraak is bepaald op heden.
OVERWEGINGEN
De ontvankelijkheid
Ingevolge artikel 41, eerste lid, voor zover thans van belang, wordt het bezwaarschrift ingediend binnen dertig dagen na de dag waarop de aangevallen beschikking is gegeven.
Ingevolge het derde lid, voor zover thans van belang, wordt hij die bezwaar inbrengt na de hiervoor bepaalde termijn niet op grond daarvan niet-ontvankelijk verklaard, indien hij ten genoegen van de rechter aantoont het bezwaar te hebben ingebracht binnen dertig dagen na de dag waarop hij van de aangevallen beschikking redelijkerwijs kennis heeft kunnen dragen.
Het bestreden landsbesluit is gedateerd 22 juli 2020. Uit het door verweerder ter zitting overgelegde ontvangstbewijs blijkt dat klager het bestreden landsbesluit op 30 juli 2020 heeft ontvangen. Klager had dus uiterlijk op maandag 31 augustus 2020 (nu 29 augustus 2020 op een zaterdag valt) hiertegen kunnen opkomen. Klager heeft op 2 september 2020 zijn bezwaar bij het gerecht ingediend. Het gerecht overweegt derhalve dat klager niet tijdig in bezwaar is gekomen tegen het bestreden landsbesluit.
Ter zitting heeft klager betoogd dat hij niet op de hoogte was van de bezwaartermijn van dertig dagen. Verweerder heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de rechtsmiddelenverwijzing op de laatste pagina van het bestreden landsbesluit staat afgedrukt.
Het gerecht overweegt dat een termijnoverschrijding is verschoonbaar te achten is als klager redelijkerwijs niet in staat was tijdig een rechtsmiddel aan te wenden. Een zodanig geval doet zich in dit geval evenwel niet voor. Het bezwaar is niet-ontvankelijk.
BESLISSING
De rechter in dit gerecht:
verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gegeven door mr. A.J.H. van Suilen, rechter in ambtenarenzaken te Aruba en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 11 januari 2021, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen:
-
Als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak;
-
In de andere gevallen: binnen dertig dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.
Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij:
De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken
J.G. Emanstraat 51
Oranjestad
Aruba
U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,
b. de datum van ondertekening,
c. waartegen u in hoger beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.