gezamenlijk gezag en omgang.
Beschikking van 9 februari 2021
behorend bij EJ nr. AUA201901040
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de zaak tussen:
[Verzoeker] ,
wonende in Aruba,
VERZOEKER, hierna de vader,
gemachtigde: de advocaat mr. S.O.R.’G. Faarup,
tegen
[Verweerster] ,
wonende in Aruba,
VERWEERSTER, hierna de moeder,
gemachtigde: de advocaat mr. G.L. Griffith.
Belanghebbende:
[Belanghebbende], geboren op [geboortedatum] 2015 in Aruba,
de minderjarige.
1HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van dit gerecht van 11 februari 2020. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- de mondelinge behandeling ter zitting van 15 september 2020, waar zijn verschenen de partijen in persoon en bijgestaan door hun gemachtigden. Ter zitting was tevens aanwezig, namens de Voogdijraad, mevrouw [X].
De uitspraak is nader bepaald op heden.
2DE VERDERE BEOORDELING
Ouderlijk gezag
Het gerecht overweegt dat slechts in uitzonderingsgevallen kan worden aangenomen dat het belang van het kind vereist dat een van de ouders met het gezag wordt belast, zoals met name indien de (communicatie)problemen tussen de ouders zodanig ernstig zijn dat er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind bij gezamenlijk gezag van de ouders klem of verloren raakt tussen de ouders en niet te verwachten valt dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt.
Gelet op het rapport van de Voogdijraad en op hetgeen partijen ter zitting over en weer hebben aangevoerd, is het gerecht van oordeel dat partijen niet in staat zijn tot een gezamenlijke gezagsuitoefening. Immers, het ontbreken van communicatie, alsmede de nog steeds bestaande spanningen tussen partijen, maken het nemen van beslissingen betreffende de minderjarige en het maken van afspraken over zijn verzorging en opvoeding onmogelijk. De communicatie problemen tussen de ouders zijn zodanig ernstig dat er een onaanvaardbaar risico is dat de minderjarige klem of verloren raakt tussen de ouders indien zij het ouderlijk gezag gezamenlijk uitoefenen. Nu deze situatie al zo lang duurt, is niet te verwachten dat hierin nog verbetering zal komen.
Nu het gerecht een gezamenlijke gezagsuitoefening in het belang van de minderjarige niet wenselijk oordeelt, zal het gerecht het verzoek van de vader afwijzen.
Omgang
De Voogdijraad heeft in zijn rapport een omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige voorgesteld.
Het gerecht zal, gelet op het verhandelde ter zitting, in het belang van de minderjarige de omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige vaststellen als hieronder aangegeven.
Het staat partijen vrij onderling afwijkende afspraken te maken over de omgangsregeling en behoren dat in sommige gevallen zelfs te doen. Zo spreekt het vanzelf dat de minderjarige op de verjaardag van de vader en Vaderdag bij de vader is en op de verjaardag van de moeder en Moederdag bij de moeder, en dat de ouders wanneer nodig ruilen om dat te bereiken.
De proceskosten zullen worden gecompenseerd.
3DE BESLISSING
Het gerecht:
bepaalt de omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige als volgt:
-
elke dinsdag en donderdag vanaf vrijdag 17.00 uur tot 18.30 uur, waarbij de vader de minderjarige bij de opvang ophaalt en terugbrengt bij de moeder op de parkeerplaats van het Postkantoor,
-
om het weekend vanaf vrijdag 17.00 uur tot zondag 18.30 uur, waarbij de vader de minderjarige bij de opvang ophaalt en terugbrengt bij de moeder op de parkeerplaats van het Postkantoor,
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt,
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 9 februari 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.