ECLI:NL:OGEAA:2021:62
public
2021-02-24T11:51:18
2021-02-24
Raad voor de Rechtspraak
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
2021-02-16
AUA202002246
Eerste aanleg - enkelvoudig
NL
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2021:62
public
2021-02-24T11:35:29
2021-02-24
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:OGEAA:2021:62 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 16-02-2021 / AUA202002246

oproepen van gerechtigden tot de nalatenschap

Beschikking van 16 februari 2021

Behorend bij E.J. AUA201902246

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

1. [verzoeker 1],

te Aruba,

2. [verzoeker 2],

te Aruba,

3. [verzoeker 3],

te Aruba,

VERZOEKERS,

hierna gezamenlijk ook te noemen: verzoekers,

gemachtigde: de advocaat mr. S.Z. Kock,

tegen:

1. [verweerder sub 1],

zonder bekende woon- of verblijfplaats,

niet verschenen,

2. [verweerder sub 2],

te Aruba,

niet verschenen,

3. [verweerder sub 3],

zonder bekende woon- of verblijfplaats,

niet verschenen,

4. [verweerder sub 4],

te Aruba,

niet verschenen,

5. [verweerder sub 5],

te Aruba,

niet verschenen,

6. [verweerder sub 6],

te Aruba,

niet verschenen,

7. [verweerder sub 7],

zonder bekende woon- of verblijfplaats,

niet verschenen,

8. [verweerder sub 8],

zonder bekende woon- of verblijfplaats,

niet verschenen,

9. [verweerder sub 9],

zonder bekende woon- of verblijfplaats,

niet verschenen,

10. [verweerder sub 10],

te Aruba,

procederende in persoon,

VERWEERDERS,

hierna gezamenlijk ook te noemen: verweerders.

1DE VERDERE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure tot en met 27 oktober 2020 blijkt uit het tussenvonnis van die datum. Het verdere verloop blijkt uit:

- de brief van 29 november 2020 van de gemachtigde van [gedaagde sub 1] (verweerder, sub 1) aan het gerecht;

- de akte uitlating van verzoekers d.d. 12 januari 2021.

1.2

Vervolgens is de datum voor het nemen van een beschikking nader bepaald op heden.

2DE VERDERE BEOORDELING

2.1

In de tussenbeschikking heeft het gerecht in rov. 3.8.2 overwogen dat uit de akte van de burgerlijke stand (verzoekschrift, prod. 11) bleek dat [verweerder sub 1] op 15 september 2003 is overleden. De gemachtigde van [verweerder sub 1] heeft, onder overlegging van een verklaring van de huisarts, gemotiveerd gesteld dat deze overweging onjuist is. Ook verzoekers hebben in hun akte uitlating gesteld dat ten onrechte in de tussenbeschikking is geoordeeld dat [gedaagde sub 1] is overleden.

2.2

Het gerecht overweegt dat zijn oordeel in rov. 3.8.2. berust op een onjuiste lezing van de akte van de burgerlijke stand, zodat het gerecht terugkomt op zijn beslissing in de tussenbeschikking dat verzoekers ten aanzien van [verweerder sub 1] niet-ontvankelijk zijn.

2.3

Aangezien de in de akte uitlating onder nummer 4 genoemde afstammelingen gerechtigd zijn tot de nalatenschap van [naam overledene], moeten deze in de procedure worden opgeroepen, zodat deze alsnog kunnen antwoorden op het in het verzoekschrift geformuleerde verzoek. Het gerecht zal daartoe opdracht geven aan de griffier. Nu in de tussenbeschikking is overwogen dat onderhavig verzoek moet worden behandeld en beslist conform de regels in titel 10 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering, kan de oproeping per brief plaatsvinden.

2.4

Alle overige beslissingen zullen worden aangehouden.

3DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

3.1

draagt de griffier van dit gerecht op om de in de akte uitlating d.d. 12 januari 2021 onder nummer 4 genoemde personen (die zijn gerechtigd tot de nalatenschap van [naam overledene]) op te roepen op de zitting van 30 maart 2021, teneinde een verweerschrift in te dienen;

3.2

houdt alle overige beslissingen aan.

Deze beschikking is gewezen door mr. J.J. Verhoeven, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 16 februari 2021 in aanwezigheid van de griffier.