ECLI:NL:OGEAC:2021:58
public
2021-04-08T16:46:20
2021-04-08
Raad voor de Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2021-03-01
CUR201903451, CUR201903453, CUR201903454, CUR201903460 t/m CUR201903462
Eerste aanleg - enkelvoudig
NL
Bestuursrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2021:58
public
2021-04-08T16:46:03
2021-04-08
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:OGEAC:2021:58 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 01-03-2021 / CUR201903451, CUR201903453, CUR201903454, CUR201903460 t/m CUR201903462

Aan belanghebbende zijn op 7 december 2018 aanslagen grondbelasting voor de jaren 2008 tot en met 2013 opgelegd. De Grondbelastingverordening 1908 is op 1 januari 2014 ingetrokken, zonder dat was voorzien in enige bepaling van overgangsrecht. Daarom moet van onmiddellijke werking van die intrekking worden uitgegaan. Ten tijde van het opleggen van de onderhavige aanslagen grondbelasting (op 7 december 2018), was de Grondbelastingverordening 1908 dus niet meer van toepassing. Dit brengt mee dat op dat moment geen aanslag meer kan worden opgelegd. De aanslagen grondbelasting 2008 tot en met 2013 dienen derhalve te worden vernietigd.

Uitspraak van 1 maart 2021

BBZ nrs. CUR201903451, CUR201903453, CUR201903454, CUR201903460 t/m CUR201903462

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:

[Belanghebbende], wonende te Curaçao,

belanghebbende,

gericht tegen:

DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,

de Inspecteur.

1PROCESVERLOOP

1.1

Aan belanghebbende zijn ter zake van de onroerende zaak [adres 01] (hierna: de onroerende zaak) met dagtekening 7 december 2018 aanslagen grondbelasting voor de jaren 2008 tot en met 2010 opgelegd naar een waarde van NAf 20.040, resulterend in een verschuldigd belastingbedrag van NAf 69 elk.

1.2

Aan belanghebbende zijn ter zake van de onroerende zaak met dagtekening 7 december 2018 aanslagen grondbelasting voor de jaren 2011 tot en met 2013 opgelegd naar een waarde van NAf 323.000, resulterend in een verschuldigd belastingbedrag van NAf 1.114 elk.

1.3

Belanghebbende heeft op 16 januari 2019 bezwaar gemaakt tegen de aanslagen.

1.4

De Inspecteur heeft bij uitspraken op bezwaar van 23 juli 2019 de aanslagen gehandhaafd.

1.5

Belanghebbende heeft op 19 september 2019 beroep ingesteld tegen de uitspraken op bezwaar. Daarvoor is een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 50.

1.6

De Inspecteur heeft op 20 januari 2021 ambtshalve de aanslag grondbelasting 2008 vernietigd.

1.7

De Inspecteur heeft op 20 januari 2021 pleitnota’s ingediend.

1.8

De zitting heeft plaatsgevonden op 21 januari 2021 te Willemstad. Belanghebbende is vertegenwoordigd door zijn zus [A]. Namens de Inspecteur is verschenen [B]. Door de maatregelen vanwege het corona-virus heeft de rechter de zitting geleid via een videoverbinding.

2OVERWEGINGEN

Ontvankelijkheid beroep inzake aanslag grondbelasting 2008

2.1

De Inspecteur heeft hangende deze beroepsprocedure de aanslag grondbelasting 2008 vernietigd. Dit brengt mee dat het beroep inzake deze aanslag niet meer tot een voor belanghebbende gunstiger resultaat kan leiden.

2.2

Daarmee komt het belang aan het beroep inzake de aanslag grondbelasting 2008 te ontvallen. Nu belanghebbende geen belang meer heeft bij een uitspraak op dit beroep, dient dit beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Ontvankelijkheid bezwaar; eerste jaar van vijfjarig tijdvak

2.3

Ingevolge artikel 28 Landsverordening Grondbelasting (hierna: LGB) kan de belanghebbende slechts in het eerste jaar van het vijfjarige tijdvak (2007 t/m 2011 en 2012 t/m 2013) een bezwaarschrift indienen, alsmede in het jaar waarin op grond van artikel 24 LGB een nieuwe aanslag is vastgesteld door wijzigingen gedurende het voorgaande belastingjaar.

2.4

Blijkens de jurisprudentie moet artikel 28 LGB zodanig worden gelezen dat de belanghebbende slechts in het eerste jaar van het vijfjarige tijdvak kan opkomen tegen de vastgestelde waarde van de onroerende zaak (vgl. RBB 30 januari 2015, ECLI:NL:ORBBACM:2015:7; GEA Aruba 12 december 2018, ECLI:NL:OGEAA:2018:831). In de andere jaren van het vijfjarige tijdvak kan het bezwaar dus geen betrekking hebben op de vastgestelde waarde. In alle jaren van het vijfjarige tijdvak kan wel worden opgekomen tegen andere aspecten betreffende de aanslag grondbelasting, zoals de overschrijding van de aanslagtermijn.

2.5

In het onderhavige geval heeft belanghebbende uitsluitend formele bezwaren aangevoerd, en geen grieven tegen de vastgestelde waarde. De Inspecteur heeft belanghebbende dan ook terecht ontvangen in zijn bezwaren tegen de aanslagen grondbelasting 2009 tot en met 2013.

Intrekking Grondbelastingverordening 1908

2.6

De Grondbelastingverordening 1908 is op 1 januari 2014 ingetrokken, zonder dat was voorzien in enige bepaling van overgangsrecht (PB 2013, no. 54). Daarom moet van onmiddellijke werking van die intrekking worden uitgegaan (vgl. HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:289). Ten tijde van het opleggen van de onderhavige aanslagen grondbelasting (op 7 december 2018), was de Grondbelastingverordening 1908 dus niet meer van toepassing. Dit brengt mee dat op dat moment geen aanslag meer kan worden opgelegd. De aanslagen grondbelasting 2009 tot en met 2013 dienen derhalve te worden vernietigd (vgl. GEA Curaçao 9 februari 2021, ECLI:NL:OGEAC:2021:16).

3PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT

3.1

Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten, nu niet is gebleken van kosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

3.2

Wel dient de Inspecteur op grond van artikel 18, lid 5, Landsverordening op het beroep in belastingzaken, het betaalde griffierecht van NAf 50 aan belanghebbende te vergoeden.

4DE BESLISSING

Het Gerecht:

- verklaart het beroep inzake de aanslag grondbelasting 2008 niet-ontvankelijk;

- verklaart de beroepen inzake de aanslagen grondbelasting 2009 tot en met 2013 gegrond;

- vernietigt de uitspraken op bezwaar inzake de aanslagen grondbelasting 2009 tot en met 2013;

vernietigt de aanslagen grondbelasting 2009 tot en met 2013; en

- draagt de Inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van NAf 50 te vergoeden.

Deze uitspraak is gegeven door mr. dr. A.J.H. van Suilen, rechter, en uitgesproken op 1 maart 2021, in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.C.M.J. Bucx.

De griffier, De rechter,

Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.

HOGER BEROEP

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)

Emancipatie Boulevard Dominico “Don” Martina 18

Willemstad

Curaçao

U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener,

b. de dagtekening,

c. waartegen u in beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:

belastinggriffieCUR@caribjustitia.org.

Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:

- natuurlijke personen: NAf 200

- personenvennootschappen en rechtspersonen: NAf 500