ECLI:NL:OGEAM:2021:53
public
2021-05-12T12:28:05
2021-05-12
Raad voor de Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
2021-04-23
Lar 66/2020, SXM202000879
Bodemzaak
Eerste aanleg - meervoudig
NL
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2021:53
public
2021-05-12T12:27:36
2021-05-12
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:OGEAM:2021:53 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten , 23-04-2021 / Lar 66/2020, SXM202000879

Beroep tegen brief inhoudende een aankondiging van een nader te nemen besluit.

De brief is immers niet een publiekrechtelijke rechtshandeling, namelijk niet gericht op rechtsgevolg. Beroep is dus prematuur ingediend tegen een niet beroepbare beschikking.

Landsverordening administratieve rechtspraak

Uitspraak: 23 april 2021

Zaaknummer: SXM202000879 - LAR00066/2020

HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

UITSPRAAK

[eiser],

eiser,

gemachtigde: mr. E.F. KEUNING,

tegen

HET UITVOERINGSORGAAN SOCIALE EN ZIEKTEKOSTEN VERZEKERINGEN,

verweerder,

gemachtigden: mrs. B.G. HOFMAN EN M.M. HOFMAN-RUIGROK.

1Aanduiding bestreden beschikking

De brief van 6 augustus 2020 betreffende de weigering van verweerder om eiser te verzekeren onder de sociale ziektekostenverzekering.

2Procesverloop

Namens eiser is op 17 september 2020 ter Griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier een beroepschrift ingesteld ingevolge de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar).

Op 11 december 2020 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 18 maart 2021 heeft eiser aanvullende producties in het geding gebracht.

Mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 22 maart 2021. In verband met de Covid-19 maatregelen is gebruik gemaakt van een videoverbinding ten behoeve van bijzondere rechter mr. J. Sybesma. Eiser is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd. Verweerder is verschenen bij gemachtigden voornoemd. Partijen hebben aan de hand van pleitaantekeningen hun standpunten verder toegelicht.

Uitspraak is bepaald op heden.

3Feiten

Bij brief van 6 augustus 2020 laat de inspecteur van de afdeling controle en inspectie (hierna: CID) bij het SZV aan eiser weten dat zijn afdeling voornemens is de afdeling Registratie van SZV te adviseren aan eiser geen SZV-verzekeringskaart te verstrekken. Hij geeft daarbij als reden aan dat het onderzoek heeft uitgewezen dat het salaris van eiser boven de SZV loongrens uitstijgt en dat hij daarom niet kan worden aangemerkt als werknemer in de zin van de Lar. De brief vermeldt verder dat eiser van de afdeling Registratie een formele brief “Beschikking” zal ontvangen, waartegen hij bezwaar kan maken zodra hij die brief ontvangen heeft.

4De beoordeling/de ontvankelijkheid

4.1.

Op grond van artikel 3, eerste lid, van de Lar, wordt in deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen verstaan onder beschikking: een schriftelijk besluit van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling die niet van algemene strekking is.

4.2.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de brief van 6 augustus 2020. Verweerder concludeert tot niet-ontvankelijkheid verklaring nu deze brief een advies is, waarin wordt uiteengezet wat het CID onderzoek bij het bedrijf van [X] heeft opgeleverd ten aanzien van de positie van eiser alsmede de positie van de zoon en dochter van eiser. In de brief is aangegeven dat eiser de officiële besluiten ten aanzien van de inhoud van de brief zal ontvangen van de Registration Department.

4.3.

Het Gerecht is met verweerder van oordeel dat voormelde brief van 6 augustus 2020 geen beschikking is in de zin van de Lar. De brief is immers niet een publiekrechtelijke rechtshandeling, namelijk niet gericht op rechtsgevolg, maar behelst een aankondiging van een nader te nemen besluit door verweerder over het al dan niet aan eiser verstrekken van een SZV verzekeringskaart. In die brief is voorts uitdrukkelijk toegelicht dat eiser die beschikking nog zal ontvangen en dat hij tegen dat nader te nemen besluit bezwaar kan maken. Die beschikking was ten tijde van het indienen van dit beroep er nog niet.

4.4.

De slotsom is dat het beroep prematuur is ingediend, dat wil zeggen niet is gericht tegen een beroepbare beschikking. Het beroep is dan ook niet‑ontvankelijk, zodat verder behandeling daarvan niet nodig is.

4.5.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

5De beslissing

Het Gerecht in eerste aanleg:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, rechter in het gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, mr. J. Sybesma en mevrouw M. Lopez-de Weever, bijzondere rechters in het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 23 april 202

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na de dag van kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak.