ECLI:NL:OGHACMB:2021:31
public
2021-01-26T10:57:38
2021-01-26
Raad voor de Rechtspraak
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
2021-01-19
AUA2019H00259
Hoger beroep
NL
Civiel recht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2021:31
public
2021-01-26T10:57:20
2021-01-26
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:OGHACMB:2021:31 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 19-01-2021 / AUA2019H00259

Geen eerst na het te herroepen vonnis ontdekt bedrog.

formele relatie: AUA201701743 en AUA2018H00144

Burgerlijke zaken over 2021 Vonnis no.:

Registratienummers: AUA2019H00259 AUA201701743 AUA2018H00144

Uitspraak: 19 januari 2021

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

V O N N I S

in de zaak ex artikel 382 Rv van:

1. [Appellant 1],

wonende in Aruba,

2. de naamloze vennootschap [De Vennootschap],

gevestigd in Aruba,

verzoeker tot herroeping,

procederende in persoon onderscheidenlijk in de persoon van haar directeur,

tegen

het publiekrechtelijke lichaam

HET LAND ARUBA,

zetelend te Aruba,

verweerder tegen het verzoek tor herroeping,

gemachtigden: mrs. V. Emerencia, A.G. Giel en R. Webb.

De partijen worden hierna [Appellant 1], [De Vennootschap] en het Land genoemd. [Appellant 1] en [De Vennootschap] gezamenlijk zullen worden aangeduid als [Appellant c.s.]

1Het verloop van de procedure

1.1

Op 19 november 2019 heeft [Appellant c.s.] een (door het Hof als zodanig opgevatte) vordering ingesteld tot herroeping van het door het Hof in de zaak onder nummer AUA2018H00144 gewezen en op 30 juli 2019 uitgesproken vonnis.

1.2

Het Land heeft op 17 juli 2020 een verweerschrift met producties ingediend.

1.3

De vordering is behandeld op 2 september 2020. De behandeling vond plaats via een videoverbinding tussen Curaçao (alwaar het Hof gezeten was) en Aruba (waar [Appellant 1] en de gemachtigden van het Land aanwezig waren). Ten behoeve van die zitting had [Appellant c.s.] een aantal stukken toegezonden.

1.4

Zoals ter zitting met partijen was besproken heeft het Land, per e-mailbericht van 3 september 2020, een akte met nadere producties toegezonden. [Appellant c.s.] heeft daarop bij e-mailbericht van 7 september 2020, met bijlage, gereageerd.

1.5

Vonnis is nader bepaald op vandaag.

2De beoordeling

2.1

Het te herroepen vonnis is op 31 oktober 2020 in kracht van gewijsde gegaan. [Appellant c.s.] heeft het rechtsmiddel van herroeping binnen drie maanden nadien - en daarmee tijdig - ingesteld en kan in zijn vordering worden ontvangen.

2.2 [

Appellant c.s.] vordert herroeping op de grond genoemd onder a van artikel 382 Rv: bedrog door de wederpartij in het geding gepleegd. Zodanig bedrog omvat mede het opzettelijk doen van onjuiste mededelingen en het verzwijgen van feiten die tot een voor de wederpartij gunstige afloop van de procedure zouden hebben kunnen leiden. In dit stadium - waarin ter beoordeling staat of het geding moet worden heropend - hoeft het bedrog nog niet te komen vaststaan maar is het voldoende dat blijkt van feiten en omstandigheden die zozeer de verdenking rechtvaardigen van bedrog dat de partij die zich bedrogen acht langs de weg van heropening van het geding de gelegenheid behoort te krijgen de zaak nogmaals aan de rechter voor te leggen opdat die met inachtneming van deze feiten en omstandigheden de zaak opnieuw beoordeelt.

2.3

Een vereiste is echter ook dat het gaat om bedrog dat pas na de te herroepen uitspraak is ontdekt. Daarvan is in deze zaak geen sprake. De stellingen dat het Land voor de schulden waarop het zich beroept geen (naheffings)aanslagen heeft opgelegd, dat de door het Land overgelegde overzichten, waaronder dat van oktober 2017, niet kloppen en dat het Land in de civiele procedure in 2017/2019 ten onrechte en tegen beter weten in heeft gepretendeerd dat de in de overzichten vermelde aanslagen wel waren opgelegd, had [Appellant c.s.] (met name in hoger beroep) al tot de (centrale) grondslag gemaakt van zijn vorderingen zoals die bij de te herroepen uitspraak zijn beoordeeld. Voor die stellingen draagt [Appellant c.s.] thans ook geen nieuw, pas na de uitspraak ontdekt bewijs aan. Hooguit beroept [Appellant c.s.] zich op argumenten en kwalificaties die hun zijn aangereikt door de Nederlandse advocaat aan wie zij een cassatieadvies hadden gevraagd. In die omstandigheden kan het rechtsmiddel van herroeping niet worden gebruikt om het debat over die stellingen voort te zetten en het Hof ervan te overtuigen dat het die stellingen onjuist heeft beoordeeld.

2.4

De vordering zal worden afgewezen. Gelet op de hoedanigheid van de gemachtigden van het Land volgt er geen kostenveroordeling.

B E S L I S S I N G

Het Hof:

wijst de vordering af.

Dit vonnis is gewezen door mrs. F.W.J. Meijer, M.W. Scholte en O. Nijhuis, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 19 januari 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.