ECLI:NL:RBAMS:2021:2267
public
2021-05-18T09:49:37
2021-05-10
Raad voor de Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2021-04-09
RK 21/755
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rekestprocedure
NL
Amsterdam
Strafrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:2267
public
2021-05-18T09:00:55
2021-05-18
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:RBAMS:2021:2267 Rechtbank Amsterdam , 09-04-2021 / RK 21/755

bezwaarschrift ex artikel 6:6:23, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk.

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/051392-18

RK: 21/755

Beslissing op het bezwaarschrift ex artikel 6:6:23, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ),

wonend op het adres [adres 1] ,

woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsman, mr. J.Y. Taekema,

[adres 2] ,

hierna te noemen: de veroordeelde.

1Procesgang

De politierechter in deze rechtbank heeft op 10 januari 2020 de gehele toewijzing van de vordering tenuitvoerlegging van een taakstraf van 40 uur uitgesproken. De politierechter heeft bevolen dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet (naar behoren) verricht, vervangende hechtenis van 20 dagen zal worden toegepast. Het vonnis is onherroepelijk.

Het Openbaar Ministerie heeft op 17 december 2020 beslist dat de vervangende hechtenis wordt toegepast van het voorwaardelijk deel van de taakstraf (tul bijzondere voorwaarden) en hiervan aan de veroordeelde kennis gegeven. De kennisgeving van deze beslissing is op 18 januari 2021 aan de veroordeelde betekend.

Het bezwaarschrift is op 9 februari 2021 op de griffie van deze rechtbank een bezwaarschrift ingediend.

De politierechter heeft voorts geconstateerd dat de raadsman per e-mail van 8 april 2021 heeft aangegeven dat veroordeelde de vervangende hechtenis al heeft uitgezeten.

2De ontvankelijkheid van het bezwaarschrift

De raadsman van veroordeelde heeft per e-mail van 8 april 2021 aangegeven dat het belang van het bezwaarschrift is komen te vervallen, nu veroordeelde de vervangende hechtenis heeft uitgezeten.

De officier van justitie, mr. N.S. Levinsohn, heeft ter zitting aangevoerd dat ze ervan uitgaat dat veroordeelde de vervangende hechtenis heeft ondergaan en dat veroordeelde niet-ontvankelijk in zijn bezwaarschrift moet worden verklaard.

De politierechter is van oordeel dat het belang van het bezwaarschrift is komen te vervallen, nu veroordeelde de vervangende hechtenis al heeft ondergaan. Op grond hiervan is de politierechter van oordeel dat veroordeelde niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn bezwaarschrift.

3Beslissing

De politierechter verklaart de veroordeelde niet-ontvankelijk in zijn bezwaarschrift.

Deze beslissing is gegeven door

mr. W.M.C. van den Berg, politierechter,

in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 april 2021.