ECLI:NL:RBAMS:2021:2268
public
2021-05-25T10:36:07
2021-05-10
Raad voor de Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2021-04-09
RK 21/556
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rekestprocedure
NL
Amsterdam
Strafrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:2268
public
2021-05-19T14:59:03
2021-05-25
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:RBAMS:2021:2268 Rechtbank Amsterdam , 09-04-2021 / RK 21/556

bezwaarschrift ex artikel 6:6:23, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering gegrond

beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/304726-19

RK: 21/556

Beslissing op het bezwaarschrift ex artikel 6:6:23, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedag] 1975 te [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ),

ingeschreven op het adres [adres] ( [land van herkomst] ),

hierna te noemen: de veroordeelde.

1Procesgang

De politierechter in deze rechtbank heeft bij vonnis van 6 maart 2020 de veroordeelde een taakstraf van 150 uren opgelegd en bevolen dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet (naar behoren) verricht, vervangende hechtenis van 75 dagen zal worden toegepast. Het vonnis is onherroepelijk.

Het Openbaar Ministerie heeft op 21 december 2020 beslist dat de vervangende hechtenis wordt toegepast en hiervan aan de veroordeelde kennis gegeven.

Het bezwaarschrift is op 29 januari 2021 op de griffie van deze rechtbank ingediend.

2Inhoud van het bezwaarschrift

Het bezwaarschrift richt zich tegen de kennisgeving door het Openbaar Ministerie en strekt ertoe dat de politierechter de beslissing van het Openbaar Ministerie tot toepassing van de vervangende hechtenis wijzigt en de veroordeelde in de gelegenheid stelt zijn taakstraf alsnog te verrichten.

3Beoordeling

De politierechter heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak onder bovenvermeld parketnummer, waaronder:

  • het hiervoor genoemde vonnis;

  • het rapport van Reclassering Nederland, ressort Amsterdam, van 12 november 2020 waarin het Openbaar Ministerie wordt geadviseerd de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis te bevelen;

  • de kennisgeving van de beslissing tot toepassing van de vervangende hechtenis;

  • het bezwaarschrift van de veroordeelde.

De politierechter heeft op de openbare terechtzitting van 9 april 2021 de officier van justitie, mr. N.S. Levinsohn, en de veroordeelde en zijn raadsman, mr. L.D.H. Hamer, gehoord.

Standpunt van de verdediging

De raadsman van veroordeelde heeft aangevoerd dat brieven van de reclassering veroordeelde en de raadsman niet hebben bereikt. Dit terwijl veroordeelde ten volle bereid is de taakstraf uit te voeren. In het vonnis is expliciet opgenomen dat de post naar de raadsman van verdachte moet worden gezonden. Veroordeelde heeft door de ingetreden coronasituatie ook geen aanleiding gezien tot verontrusting toen hij geruime tijd geen berichten ontving. Toen er echter eind november nog steeds niets van de reclassering was vernomen, heeft de raadsman contact gezocht met de reclassering en toen bleek dat de oproepen teruggekomen waren. De oproep was kennelijk aan het verkeerde adres van veroordeelde gestuurd in [land van herkomst] en de oproep aan de raadsman bevatte geen tenaamstelling, zodat beide oproepen retour waren gekomen. De raadsman heeft verzocht het bezwaarschrift gegrond te verklaren, zodat veroordeelde alsnog in de gelegenheid wordt gesteld om de taakstraf uit te voeren.

Veroordeelde heeft kort samengevat aangevoerd dat hij bereid is de taakstraf te verrichten.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd het bezwaarschrift gegrond te verklaren.

Oordeel van de rechtbank

De politierechter heeft geconstateerd dat het bezwaarschrift tijdig is ingediend.

De politierechter is op grond van de hierboven genoemde stukken en de behandeling ter zitting van oordeel dat, hoewel de veroordeelde niet met de taakstraf is aangevangen, aannemelijk geworden is dat de veroordeelde alsnog de opgelegde taakstraf naar behoren zal verrichten binnen de daarvoor bepaalde termijn en hem deze allerlaatste kans moet worden geboden.

Op grond hiervan dient het bezwaarschrift gegrond te worden verklaard zodat de veroordeelde zijn bij voornoemd vonnis opgelegde taakstraf alsnog kan verrichten.

4.Beslissing

De politierechter

  • verklaart het bezwaarschrift gegrond;

  • bepaalt het aantal uren taakstraf dat nog moet worden verricht op 150 (honderdvijftig) uren

  • bepaalt dat de taakstraf binnen 18 (achttien) maanden na heden moet worden voltooid.

Deze beslissing is gegeven door

mr. W.M.C. van den Berg, politierechter,

in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 april 2021.