ECLI:NL:RBAMS:2021:2269
public
2021-05-17T15:55:11
2021-05-10
Raad voor de Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2021-04-09
RK 21/375
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rekestprocedure
NL
Amsterdam
Strafrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:2269
public
2021-05-17T15:24:27
2021-05-17
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:RBAMS:2021:2269 Rechtbank Amsterdam , 09-04-2021 / RK 21/375

verzoeken ex artikel 533 en 530 van het Wetboek van Strafvordering afgewezen, verzoeker niet in verzekering gesteld

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/240067-20

RK: 21/375

Beschikking op het verzoek ex artikel 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] ,

wonend op het adres [adres verzoeker] ,

woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsman

mr. E.G.S. Roethof,

[adres raadsman] ,

verzoeker.

1De procesgang

Het verzoekschrift is op 20 januari 2021 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.

Op 4 februari 2021 heeft het Openbaar Ministerie zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.

De rechtbank heeft op 9 april 2021 de gemachtigde waarnemende raadsman, mr. R.J.H. Titahena, en de officier van justitie, mr. N.S. Levinsohn, in openbare raadkamer gehoord.

Verzoeker is, hoewel daartoe rechtsgeldig opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.

2De inhoud van het verzoekschrift

Het verzoek strekt tot het toekennen van een vergoeding van € 105,- voor de schade die verzoeker ten gevolge van ondergane verzekering stelt te hebben geleden.

Het verzoek strekt daarnaast tot het toekennen van een vergoeding van € 550,- voor de kosten van het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift.

In raadkamer heeft de raadsman ter aanvulling op het verzoekschrift en naar aanleiding van het schriftelijk standpunt van het Openbaar Ministerie – kort samengevat – het volgende aangevoerd. Als er geen inverzekeringstelling heeft plaatsgevonden en ook niet diende plaats te vinden, gelet op de geldende regels, dan is het verzoekschrift onjuist ingediend.

3Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft – met verwijzing naar het schriftelijk standpunt van het Openbaar Ministerie – verklaard zich te verzetten tegen het toekennen van de standaardschadevergoeding en de kosten van de raadsman voor het opstellen en behandelen van het verzoekschrift. Er heeft immers geen inverzekeringstelling plaatsgevonden.

4De beoordeling

Verzoeker is op 7 augustus 2020 aangehouden en blijkens het procesdossier niet in verzekering gesteld.

De officier van justitie heeft de strafzaak tegen verzoeker onvoorwaardelijk is geseponeerd en dat bij brief van 25 januari 2021 aan hem meegedeeld.

Indien de zaak tegen een verdachte eindigt zonder oplegging van straf of maatregel of als wel een straf en/of maatregel is opgelegd, maar op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten, kan de rechtbank op grond van artikel 533 Sv op verzoek van de gewezen verdachte, hem een vergoeding ten laste van de Staat toekennen voor de schade die hij ten gevolge van ondergane verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden.

Indien de zaak tegen een verdachte eindigt zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht kan op verzoek van de gewezen verdachte op grond van artikel 530 lid 2 Sv, aan hem, uit ’s Rijks kas een vergoeding worden toegekend voor de schade, die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede in de kosten van een raadsman.

Het verzoek kan slechts worden ingediend binnen drie maanden na de beëindiging van de zaak.

Op grond van artikel 534 lid 1 Sv heeft de toekenning van een vergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.

De strafzaak tegen verzoeker is op 25 januari 2021 onvoorwaardelijk geseponeerd. Een onvoorwaardelijk sepot dient te worden aangemerkt als een ‘einde zaak’ in de zin van artikel 533 en 530 Sv.

Het verzoek is tijdig ingediend.

Ten aanzien van het verzoek ex artikel 533 Sv

De rechtbank stelt vast dat verzoeker niet in verzekering is gesteld en uit het dossier van de strafzaak blijkt ook niet dat verzoeker gelet op de geldende regels in verzekering had moeten worden gesteld. Dit maakt dat er geen grond is voor het toekennen van schadevergoeding voor uren die doorgebracht zijn in een politiecel. De rechtbank kent daarom ook geen standaardvergoeding toe.

Ten aanzien van het verzoek ex artikel 530 Sv

Gelet op het voorgaande, acht de rechtbank het ook niet billijk om een vergoeding voor het opmaken, indienen en behandelen van het verzoekschrift toe te kennen.

5De beslissing

Ten aanzien van het verzoek ex artikel 533 Sv:

De rechtbank wijst het verzoek af.

Ten aanzien van het verzoek ex artikel 530 Sv:

De rechtbank wijst het verzoek af.

Deze beslissing is gegeven door

mr. W.M.C. van den Berg, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2021.

Tegen deze beslissing staat hoger beroep open, voor de officier van justitie binnen veertien dagen

en voor verzoeker binnen een maand na betekening van deze beschikking,

in te stellen ter griffie van deze rechtbank.