Mondelinge uitspraak - mob melding maar wel contact - statushouder Roemenië - interstatelijk vertrouwensbeginsel - ongegrond
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.20679
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. E. El-Sharkawi),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen).
Procesverloop Bij besluit van 1 december 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL20.20680, plaatsgevonden op 7 januari 2021 in Breda. Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Verweerder heeft ter zitting medegedeeld dat op 1 december 2020 melding is gedaan dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. Uit vaste rechtspraak1 van de Afdeling2 volgt dat procesbelang ontbreekt wanneer een vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact onderhoudt met zijn gemachtigde. De gemachtigde van eiser heeft ter zitting voldoende aannemelijk gemaakt dat hij contact heeft met eiser. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens het ontbreken van procesbelang.
2. Eiser heeft voor het eerst in 2018 een asielaanvraag ingediend in Nederland. Die aanvraag heeft verweerder niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser in Roemenië internationale bescherming geniet. Op 17 november 2020 heeft eiser de huidige, opvolgende aanvraag ingediend. Eiser is voorafgaand aan het indienen van deze aanvraag niet terug geweest naar Roemenië.
3. Verweerder mag ten aanzien van Roemenië uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.3 Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat dat in zijn geval niet kan. Zijn stellingen over bedreigingen en corruptie zijn niet onderbouwd. Bovendien heeft eiser in 2018 een ander verhaal verteld over wat hem is overkomen in Roemenië, wat de geloofwaardigheid van zijn relaas niet ten goede komt.
4. Het beroep is ongegrond.
5. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 januari 2021 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579.
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitspraak van 29 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1804.