ECLI:NL:RBDHA:2021:1104
public
2021-02-15T16:38:23
2021-02-15
Raad voor de Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2021-02-14
AWB21/269
Voorlopige voorziening
NL
Middelburg
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:1104
public
2021-02-15T16:28:22
2021-02-15
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:RBDHA:2021:1104 Rechtbank Den Haag , 14-02-2021 / AWB21/269

Landelijk piket. Feitelijke overdracht aan Italiaanse autoriteiten. Weigering Covid-19 test. Geen PKV.

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummers: AWB 21/269

V-nummer: [#]

Uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker

(gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk)

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J.M.M. van Gils)

Procesverloop

Verweerder heeft aan verzoeker meegedeeld dat hij zal worden overgedragen aan de Italiaanse autoriteiten op vrijdag 15 januari 2021 om 9:40 uur.

Verzoeker heeft daartegen op 13 januari 2021 bezwaar gemaakt. Hij heeft verder op diezelfde datum de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen inhoudende dat zijn overdracht wordt opgeschort.

Verweerder heeft op 14 januari 2021 schriftelijk meegedeeld dat de overdracht van 15 januari 2021 is geannuleerd.

Verzoeker heeft desgevraagd telefonisch meegedeeld het verzoek te handhaven.

De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 wordt een handeling van een bestuursorgaan ten aanzien van een vreemdeling als zodanig voor de toepassing van Afdeling 7.2 van die wet met een beschikking gelijkgesteld. De voorgenomen overdracht van verzoeker is als een zodanige handeling aan te merken. Daartegen staat aldus het rechtsmiddel van bezwaar open.

2. Als er voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank bezwaar is gemaakt, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb, kan een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege blijven als het verzoek kennelijk ongegrond is.

3. Bij bericht per email van 14 januari 2021 heeft verweerder meegedeeld dat de overdracht van 15 januari 2021 is geannuleerd, omdat verzoeker geen medewerking heeft verleend aan een Covid-19 test. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat verzoeker daardoor geen spoedeisend belang meer heeft bij de door hem gevraagde voorziening. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

4. De uitzetting kan geen doorgang vinden vanwege het gebrek aan medewerking van verzoeker aan een Covid-19 test. Voor een proceskostenveroordeling of het vergoeden van het griffierecht bestaat daarom geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. N.M.L. van der Kammen, griffier. Het dictum is telefonisch meegedeeld op 14 januari 2021 om 16:49 uur aan de gemachtigde van verweerder en om 16:48 uur aan de gemachtigde van verzoeker.

De griffier is niet in de gelegenheid

de uitspraak te ondertekenen

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.