Heropening vereffening stichting
RECHTBANK DEN HAAG
Team handel
zaaknummer / rekestnummer: C/09/607686 / HA RK 21-85
Beschikking van 3 maart 2021
in de zaak van
PELS RIJCKEN & DROOGLEEVER FORTUIJN N.V.,
gevestigd te Den Haag,
verzoekster,
advocaten mr. J.W. Volkers en mr. F.L. Maessen te Amsterdam.
1Het verzoek en de beoordeling
Het verzoek strekt tot heropening van de vereffening van STICHTING CONVERIUM SECURITIES COMPENSATION FOUNDATION, laatstelijk statutair gevestigd te Den Haag (verder te noemen: ‘de Stichting’), met benoeming van twee vereffenaars en een rechter-commissaris.
Uit een overgelegd uittreksel van de Kamer van Koophandel blijkt onder andere dat de Stichting met ingang van 30 juni 2018 is ontbonden. Op 9 januari 2019 is de registratie van de Stichting beëindigd in verband met het einde van de liquidatie per 31 december 2018.
Verzoekster voert - kort samengevat - aan dat inmiddels is gebleken dat de Stichting rechthebbende is tot een bedrag op de kwaliteitsrekening van verzoekster. Dit bedrag moet door de Stichting aan derden (gedupeerden) worden uitgekeerd. Er is derhalve sprake van het bestaan van een bate als bedoeld in artikel 2:23c lid 1 BW.
Aangezien de bate op een kwaliteitsrekening van verzoekster staat, is verzoekster aan te merken als een belanghebbende zoals bedoeld in genoemd artikel.
Verzoekster heeft het belang van heropening van de Stichting met benoeming van twee vereffenaars en een rechter-commissaris voldoende aannemelijk gemaakt. De beide door verzoekster voorgestelde vereffenaars hebben zich schriftelijk bereid verklaard een benoeming als vereffenaar te aanvaarden.
Het verzoek is op de wet gegrond en voor toewijzing vatbaar.
2De beslissing
De rechtbank:
- heropent de vereffening van Stichting Converium Securities Compensation Foundation, laatstelijk statutair gevestigd te Den Haag,
- benoemt mr. [vereffenaar 1] en mr. [vereffenaar 2] tot vereffenaars,
- benoemt mr. R.G.C. Veneman tot rechter-commissaris,
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op
3 maart 2021.1