ECLI:NL:RBDHA:2021:2499
public
2021-03-19T08:48:34
2021-03-18
Raad voor de Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2021-03-04
NL21.83
Eerste aanleg - enkelvoudig
Mondelinge uitspraak
NL
Middelburg
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:2499
public
2021-03-18T14:07:35
2021-03-19
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:RBDHA:2021:2499 Rechtbank Den Haag , 04-03-2021 / NL21.83

Algerije. veilig land van herkomst.

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL21.83

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. K.P.E. van Tulden),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. E. van Hoof).

Procesverloop Bij besluit van 29 december 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL21.84, plaatsgevonden te Breda op 4 maart 2021. Eiser is, met bericht vooraf, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Niet in geschil is dat Algerije in zijn algemeenheid kan worden aangemerkt als veilig land van herkomst. Wel in geschil is of Algerije voor eiser veilig is.

2. Verweerder vindt dat eisers asielrelaas geen raakvlakken heeft met het Vluchtelingenverdrag of met artikel 3 van het EVRM.1 Eiser bestrijdt dat.

3. Eiser heeft verklaard dat hij bij zijn oma woonde en dat sprake was van slechte sociaal-economische omstandigheden. Verder heeft eiser verteld dat hij regelmatig in zijn wijk werd benaderd om drugs te verkopen. Verweerder heeft terecht het standpunt ingenomen dat deze omstandigheden geen asielrechtelijke relevantie hebben. Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat eiser niet heeft verklaard dat hij werd bedreigd of werd mishandeld door de personen die hem benaderden voor drugsverkoop.

4. Ook de beroepsgrond dat eiser geen bescherming van de autoriteiten kan krijgen, kan niet slagen. Anders dan eiser heeft gesteld is het geen feit van algemene bekendheid dat de Algerijnse autoriteiten geen bescherming kunnen bieden aan burgers, zoals eiser, die in sloppenwijken wonen. Voor deze stelling is onderbouwing nodig, en die ontbreekt. Bovendien mocht verweerder ervan uitgaan, gelet op de aanwijzing van Algerije als veilig land van herkomst, dat de Algerijnse overheid bescherming kan bieden aan zijn burgers als zij daarom vragen.

5. De slotsom is dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat Algerije voor hem geen veilig land van herkomst is. Het beroep is ongegrond.

6. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2021 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Zohrabian, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

1

Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.