Tkb & irv. Procesbelang. Niet-ontvankelijk.
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 20/6832
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 april 2021 in de zaak tussen
[eiser] , eiser, V-nummer [V-nummer]
(gemachtigde: mr. E.R. Weegenaar),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. I. Lohmann-Kamphuis).
Procesverloop
Bij besluit van 3 september 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder een terugkeerbesluit genomen, waaruit volgt dat eiser Nederland binnen 28 dagen dient te verlaten, en een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden per Skypeverbinding op 2 maart 2021. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of eiser nog procesbelang heeft.
Ter zitting is duidelijk geworden dat de gemachtigde van eiser geen contact meer met hem heeft gehad. Gemachtigde heeft aangegeven dat ook geen contact met eiser kon worden opgenomen omdat hij geen contactgegevens van hem heeft ontvangen.
2. Nu eiser geen contact met zijn gemachtigde heeft onderhouden, stelt eiser kennelijk geen prijs meer op een inhoudelijke beoordeling van het beroep dat hij tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod heeft ingesteld. Gelet hierop heeft eiser geen rechtens te beschermen belang bij een inhoudelijke beoordeling en ontbreekt daarom het procesbelang.
3. Het beroep is niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van mr. F.E.J. Valk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 april 2021.
|
griffier rechter |
griffier rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.