ECLI:NL:RBDHA:2021:3710
public
2021-04-14T16:07:52
2021-04-14
Raad voor de Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2021-04-01
C/09/609902 / KG RK 21-386
Verschoning
NL
Den Haag
Civiel recht; Insolventierecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:3710
public
2021-04-14T16:07:33
2021-04-14
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:RBDHA:2021:3710 Rechtbank Den Haag , 01-04-2021 / C/09/609902 / KG RK 21-386

Toewijzing verschoningsverzoek.

beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Verschoningskamer

Verschoningsnummer: 2021/3

Kenmerk: C/09/609922 / KG RK 21-386

Beslissing

van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek van

mr. R.G.C. Veneman,

rechter in de rechtbank Den Haag,

hierna de rechter,

belast met de behandeling van de hoofdzaak met kenmerk FT RK 21-151 van:

mr. R.W.A. Brunninkhuis q.q.

eiser

bijgestaan door mr. A.S. Snel

tegen

[gedaagde]

gedaagde

1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van mr. R.G.C. Veneman.

1.2.

Een verschoningsverzoek hoeft, anders dan een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting te worden behandeld. Het verzoek is daarom niet ter zitting behandeld.

2Het verschoningsverzoek

2.1.

De rechter heeft het verschoningsverzoek op het volgende gebaseerd:

þ de rechter heeft eerdere bemoeienis gehad met de zaak of met partijen

3De beoordeling

3.1.

Uitgangspunt is dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Uitzonderlijke omstandigheden kunnen een aanwijzing opleveren dat een rechter ten opzichte van een partij vooringenomen is of dat daarvoor een terechte vrees bestaat. Ook de uiterlijke schijn kan daarbij een rol spelen.

3.2.

Gelet op hetgeen de rechter heeft aangevoerd, is het verschoningsverzoek terecht ingediend. Zo wordt de schijn van partijdigheid vermeden. Het verzoek zal dus worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.

4De beslissing

De verschoningskamer:

4.1.

wijst het verzoek tot verschoning toe;

4.2.

bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat verschoningsverzoek werd ingediend;

4.3.

beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:

de rechter;

alle in de aanhef van deze uitspraak genoemde betrokken partijen.

Deze beslissing is genomen in raadkamer op 1 april 2021 door mr. J.A. van Steen, mr. S.M. Krans en mr. J.C. Sluymer, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier.