ECLI:NL:RBDHA:2021:3792
public
2021-05-04T16:17:47
2021-04-15
Raad voor de Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2021-04-14
NL21.3898
Voorlopige voorziening
NL
Den Haag
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:3792
public
2021-05-04T16:17:10
2021-05-04
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:RBDHA:2021:3792 Rechtbank Den Haag , 14-04-2021 / NL21.3898

AA - verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat reeds uitspraak is gedaan op het beroep.

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: NL21.3898

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: K. Nuninga).

Procesverloop

Bij besluit van 10 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, in samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL21.3898, plaatsgevonden op 8 april 2021. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen meneer M.A. Gardezy. Verder is meneer [A] verschenen als begeleider van verzoeker en dominee [B] is verschenen om een verklaring af te leggen ter ondersteuning van het relaas van verzoeker. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Verzoeker stelt van Iraanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op 5 juli 1985.

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL21.3897, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep van verzoeker. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid vanmr. D.M. Biermann, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.