TKB en IRV, vovo, mondelinge uitspraak, afgewezen (ZIE OOK: ECLI:NL:RBDHA:2021:4791)
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 21/706
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van
21 april 2021 in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A.H. Hekman),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs).
Procesverloop
Bij besluit van 15 januari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan verzoeker een terugkeerbesluit opgelegd met een vertrektermijn van 28 dagen en een inreisverbod voor de duur van één jaar.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (zaaknummer NL21.1430). Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 april 2021. De gemachtigde van eiser heeft laten weten dat eiser en hij niet bij de zitting aanwezig zullen zijn. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL21.1430, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. Verra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. T.R. Oosterhoff-Vos, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 april 2021 en zal ook worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.
De rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.