ECLI:NL:RBDHA:2021:765
public
2021-02-04T08:48:21
2021-02-03
Raad voor de Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2021-01-27
AWB 20/3410
Eerste aanleg - enkelvoudig
NL
's-Gravenhage
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:765
public
2021-02-04T08:47:35
2021-02-04
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:RBDHA:2021:765 Rechtbank Den Haag , 27-01-2021 / AWB 20/3410

Visum kort verblijf, covid-19-pandemie, familiebezoek geen uitzonderingsgroep, verleggen aanvangstijdstip visum geen optie, ongegrond.

Rechtbank DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 20/3410

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 januari 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres,

V-nummer: [V-nummer]

gemachtigde: mr. L.E.J. Vleesenbeek,

en

de Minister van Buitenlandse Zaken, verweerder,

gemachtigde: mr. F. Saglik.

Procesverloop

Bij besluit van 19 september 2019 (afwijzing) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een visum voor kort verblijf afgewezen.

Bij besluit van 1 april 2020 (beslissing op bezwaar) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen de afwijzing ongegrond verklaard.

Eiseres heeft op 23 april 2020 hiertegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft op 20 oktober 2020 een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 december 2020. De gemachtigde van eiseres is, met bericht van verhindering, niet ter zitting verschenen. De gemachtigde van verweerder is ter zitting verschenen.

Overwegingen

1. Eiseres is geboren op [geboortedatum] en heeft de Gambiaanse nationaliteit. Op 5 september 2019 heeft zij een visum voor kort verblijf aangevraagd met als doel het bezoeken van referente in Nederland.

2. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat het doel van het voorgenomen verblijf onvoldoende is aangetoond. Ook is niet aangetoond dat eiseres over voldoende middelen beschikt voor de terugreis naar Gambia. Verder heeft zij haar voornemen om terug te keren naar Gambia onvoldoende duidelijk gemaakt. Het bezwaar van eiseres heeft verweerder ongegrond verklaard omdat door de COVID-19-pandemie tijdelijke beperkingen gelden ten aanzien van niet-essentiële reizen naar de Europese Unie (EU) ter bescherming van de volksgezondheid.

3. Eiseres voert als beroepsgrond aan dat de COVID-19-pandemie slechts een tijdelijke belemmering is en verweerder met de afwijzing van de visumaanvraag vooruitloopt op de door eiseres in de toekomst geplande bezoek aan Nederland. Verweerder dient de aanvraag dus gewoon in te willigen. Als later blijkt dat eiseres geen gebruik kan maken van het verleende visum kan zij daartoe opnieuw een aanvraag indienen zonder dat artikel 4:6, van de Algemene wet bestuursrecht kan worden tegengeworpen. Deze beroepsgrond faalt.

3.1.

De afwijzing is gebaseerd op artikel 32, eerste lid, onder a) vi van Verordening 810/2009 (Visumcode), artikel 2, eenentwintigste lid, van Schengengrenscode en de richtsnoeren inzake grensbeheer van de Europese Raad van 17 maart 2020. Op die basis heeft verweerder per 19 maart 2020 tijdelijke beperkingen ten aanzien van niet-essentiële reizen naar de EU ter bescherming van de volksgezondheid opgelegd. Er is niet gebleken dat eiseres, die het visum heeft gevraagd met als doel familiebezoek, valt onder een van de uitzonderingsgroepen, waarvoor die beperkingen niet of verminderd gelden. Dat heeft zij ook niet met zoveel woorden gesteld. Gezien de omstandigheden, zoals zij bestonden tijdens de beslissing op bezwaar, is de afwijzing dus terecht gehandhaafd.

3.2.

Voor zover de beroepsgrond beoogt een visum te krijgen waarvan de ingangsdatum wordt uitgesteld tot de covid-reisbeperkingen zijn opgeheven treft dat geen doel. Immers tegen die tijd kunnen de omstandigheden zo gewijzigd zijn dat eiseres niet meer aan de verleningsvoorwaarden voldoet en het visum dus zijn doel voorbijschiet.

4. Het beroep is ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Hameete, rechter, in aanwezigheid van mr. D.J. Bes, griffier. Deze uitspraak is in het openbaar gedaan op 27 januari 2021.

De griffier en de rechter zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen

griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.