De rechtbank veroordeelt 7 jongeren tot (voorwaardelijke) cel- en taakstraffen. In deze strafzaken speelt het fenomeen pedojagen een rol.
RECHTBANK GELDERLAND
Team jeugdrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/006431-21
Datum uitspraak : 12 april 2021
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2002 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] .
Raadsman: mr. J.A.B.H.M. Willemse, advocaat in Ulft.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting achter gesloten deuren van 12 april 2021.
1De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] op of omstreeks 12 oktober 2020 in de gemeente Arnhem, openlijk, te weten op/aan de Rijnkade, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, te weten in de centrale hal van het perceel Rijnkade 10, in vereniging geweld heeft/hebben gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] ,
welk geweld bestond uit het slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen van die [slachtoffer] en/of het zeggen/roepen tegen die [slachtoffer] ‘pedo’,
terwijl dit door hem/hen gepleegde geweld enig lichamelijk letsel, te weten een bloedende oogkas en een bloedende lip voor die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad,
bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk in de onmiddellijke nabijheid van de plaats van het misdrijf op de uitkijk te gaan staan, teneinde in geval van onraad die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 4] te kunnen waarschuwen;
althans, dat
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] op of omstreeks 12 oktober 2020 in de gemeente Arnhem, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] heeft/hebben mishandeld door die [slachtoffer] meerdere malen, althans eenmaal (met kracht) in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of elders op het lichaam te slaan en/of te stompen en/of te schoppen en/of te trappen,
bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk in de onmiddellijke nabijheid van de plaats van het misdrijf op de uitkijk te gaan staan, teneinde in geval van onraad die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 4] te kunnen waarschuwen.
2De standpunten
De officier van justitie en de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat [verdachte] moet worden vrijgesproken.
3Overwegingen ten aanzien van het bewijs
De rechtbank stelt vast dat [verdachte] op 12 oktober 2020 met enkele anderen naar de Rijnkade in Arnhem is gegaan en dat [slachtoffer] toen slachtoffer is geworden van geweld. [verdachte] heeft verklaard dat hij buiten op een muurtje heeft gezeten en dat, toen hij ging kijken bij de anderen, het geweld afgelopen was. Hoewel [verdachte] in zijn laatste verhoor op vragen van de politie heeft verklaard dat hij op de uitkijk zat, heeft hij tijdens de zitting verteld dat dit niet klopt. Hij heeft niet op de uitkijk gestaan en daar was ook geen afspraak met de anderen over gemaakt. De rechtbank gelooft deze verklaring van [verdachte] , met name nu ook uit de verklaringen van de andere verdachten niet blijkt van een dergelijke afspraak. Omdat [verdachte] ook naar het oordeel van de rechtbank geen enkele (andere) bijdrage heeft geleverd aan het geweld en daar ook niet behulpzaam bij is geweest, zal de rechtbank hem vrijspreken.
4De beslissing
De rechtbank spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M.H. Pennings, voorzitter en kinderrechter, mr. D.S.M. Bak en mr. M. Rietveld, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. L.R. van Damme en mr. M.C. Korevaar, griffiers, en uitgesproken ter terechtzitting van deze rechtbank op 12 april 2021. mr Rietveld en de griffiers zijn buiten staat om dit vonnis mee te ondertekenen |
||
|
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M.H. Pennings, voorzitter en kinderrechter, mr. D.S.M. Bak en mr. M. Rietveld, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. L.R. van Damme en mr. M.C. Korevaar, griffiers, en uitgesproken ter terechtzitting van deze rechtbank op 12 april 2021. mr Rietveld en de griffiers zijn buiten staat om dit vonnis mee te ondertekenen |
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M.H. Pennings, voorzitter en kinderrechter, mr. D.S.M. Bak en mr. M. Rietveld, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. L.R. van Damme en mr. M.C. Korevaar, griffiers, en uitgesproken ter terechtzitting van deze rechtbank op 12 april 2021. mr Rietveld en de griffiers zijn buiten staat om dit vonnis mee te ondertekenen |
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M.H. Pennings, voorzitter en kinderrechter, mr. D.S.M. Bak en mr. M. Rietveld, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. L.R. van Damme en mr. M.C. Korevaar, griffiers, en uitgesproken ter terechtzitting van deze rechtbank op 12 april 2021. mr Rietveld en de griffiers zijn buiten staat om dit vonnis mee te ondertekenen |
|
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M.H. Pennings, voorzitter en kinderrechter, mr. D.S.M. Bak en mr. M. Rietveld, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. L.R. van Damme en mr. M.C. Korevaar, griffiers, en uitgesproken ter terechtzitting van deze rechtbank op 12 april 2021. mr Rietveld en de griffiers zijn buiten staat om dit vonnis mee te ondertekenen |
||
|
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M.H. Pennings, voorzitter en kinderrechter, mr. D.S.M. Bak en mr. M. Rietveld, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. L.R. van Damme en mr. M.C. Korevaar, griffiers, en uitgesproken ter terechtzitting van deze rechtbank op 12 april 2021. mr Rietveld en de griffiers zijn buiten staat om dit vonnis mee te ondertekenen |
||
|
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M.H. Pennings, voorzitter en kinderrechter, mr. D.S.M. Bak en mr. M. Rietveld, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. L.R. van Damme en mr. M.C. Korevaar, griffiers, en uitgesproken ter terechtzitting van deze rechtbank op 12 april 2021. mr Rietveld en de griffiers zijn buiten staat om dit vonnis mee te ondertekenen |
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M.H. Pennings, voorzitter en kinderrechter, mr. D.S.M. Bak en mr. M. Rietveld, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. L.R. van Damme en mr. M.C. Korevaar, griffiers, en uitgesproken ter terechtzitting van deze rechtbank op 12 april 2021. mr Rietveld en de griffiers zijn buiten staat om dit vonnis mee te ondertekenen |
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M.H. Pennings, voorzitter en kinderrechter, mr. D.S.M. Bak en mr. M. Rietveld, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. L.R. van Damme en mr. M.C. Korevaar, griffiers, en uitgesproken ter terechtzitting van deze rechtbank op 12 april 2021. mr Rietveld en de griffiers zijn buiten staat om dit vonnis mee te ondertekenen |