ECLI:NL:RBGEL:2021:2326
public
2021-05-10T09:34:25
2021-05-10
Raad voor de Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2021-04-08
C/05/386371 / KG RK 21-253
Eerste aanleg - enkelvoudig
NL
Arnhem
Civiel recht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:2326
public
2021-05-10T09:33:36
2021-05-10
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:RBGEL:2021:2326 Rechtbank Gelderland , 08-04-2021 / C/05/386371 / KG RK 21-253

Verschoningsverzoek toegewezen

beslissing

RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem

Verschoningskamer

zaaknummer: C/05/386371 / KG RK 21-253

Beslissing van 8 april 2021

van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek van

mr. F.M.Th. Quaadvliet,

rechter in deze rechtbank

hierna te noemen: de rechter.

in haar hoedanigheid van rechter in de zaak met zaaknummer 8996287 \ AZ VERZ 21-3 tussen de vennootschap onder firma Go For It alsmede haar vennoten en Scopa B.V.

1De procedure

De rechter heeft op 7 april 2021 een verschoningsverzoek ingediend. Een afschrift van het verzoek zal tegelijk met het afschrift van deze beslissing aan de partijen worden verzonden.

2Het verschoningsverzoek

De rechter heeft aan haar verschoningsverzoek ten grondslag gelegd – kort gezegd – dat één van de gemachtigden lid is van hetzelfde ondernemersnetwerk als haar echtgenoot.

3De beoordeling

3.1.

Op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, kan elk van de rechters die een zaak behandelen verzoeken zich te mogen verschonen.

3.2.

Bij de beoordeling van een verschoningsverzoek dient uitgangspunt te zijn dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert (de subjectieve toets). Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor verschoning, als geheel afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de zaak de bij een partij bestaande vrees voor onpartijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn (de objectieve toets). Het subjectieve oordeel van een partij is niet doorslaggevend.

3.3.

De verschoningskamer stelt voorop dat de rechter niet heeft aangevoerd dat zij van oordeel is dat zij door de voor verschoning aangevoerde grond de zaak niet meer onpartijdig zou kunnen behandelen. De verschoningskamer ziet daar ook geen aanwijzingen voor.

3.4.

Uit het verschoningsverzoek blijkt dat sprake is van zodanige omstandigheden dat de rechter zich niet vrij voelt om de zaak te behandelen. De verschoningskamer ziet hierin, rekening houdend met de eerder genoemde uiterlijke schijn, een grond voor verschoning. Het verschoningsverzoek zal daarom worden toegewezen.

4De beslissing

De verschoningskamer van de rechtbank wijst het verzoek tot verschoning van mr. F.M.Th. Quaadvliet toe, en verstaat dat in de zaak een andere rechter zal worden aangewezen.

Deze beslissing is gegeven door de mr. G.W.B. Heijmans, voorzitter,

mr. A.F. Germs-de Goede en mr. Y.H.M. Marijs, leden, in tegenwoordigheid van de griffier [griffier] en in openbaar uitgesproken op 8 april 2021.

de griffier de voorzitter

Deze beslissing is gegeven door de mr. G.W.B. Heijmans, voorzitter,

mr. A.F. Germs-de Goede en mr. Y.H.M. Marijs, leden, in tegenwoordigheid van de griffier [griffier] en in openbaar uitgesproken op 8 april 2021.

de griffier de voorzitter

Deze beslissing is gegeven door de mr. G.W.B. Heijmans, voorzitter,

mr. A.F. Germs-de Goede en mr. Y.H.M. Marijs, leden, in tegenwoordigheid van de griffier [griffier] en in openbaar uitgesproken op 8 april 2021.

de griffier de voorzitter

Deze beslissing is gegeven door de mr. G.W.B. Heijmans, voorzitter,

mr. A.F. Germs-de Goede en mr. Y.H.M. Marijs, leden, in tegenwoordigheid van de griffier [griffier] en in openbaar uitgesproken op 8 april 2021.

de griffier de voorzitter

Deze beslissing is gegeven door de mr. G.W.B. Heijmans, voorzitter,

mr. A.F. Germs-de Goede en mr. Y.H.M. Marijs, leden, in tegenwoordigheid van de griffier [griffier] en in openbaar uitgesproken op 8 april 2021.

de griffier de voorzitter

Deze beslissing is gegeven door de mr. G.W.B. Heijmans, voorzitter,

mr. A.F. Germs-de Goede en mr. Y.H.M. Marijs, leden, in tegenwoordigheid van de griffier [griffier] en in openbaar uitgesproken op 8 april 2021.

de griffier de voorzitter

Deze beslissing is gegeven door de mr. G.W.B. Heijmans, voorzitter,

mr. A.F. Germs-de Goede en mr. Y.H.M. Marijs, leden, in tegenwoordigheid van de griffier [griffier] en in openbaar uitgesproken op 8 april 2021.

de griffier de voorzitter

Deze beslissing is gegeven door de mr. G.W.B. Heijmans, voorzitter,

mr. A.F. Germs-de Goede en mr. Y.H.M. Marijs, leden, in tegenwoordigheid van de griffier [griffier] en in openbaar uitgesproken op 8 april 2021.

de griffier de voorzitter

Deze beslissing is gegeven door de mr. G.W.B. Heijmans, voorzitter,

mr. A.F. Germs-de Goede en mr. Y.H.M. Marijs, leden, in tegenwoordigheid van de griffier [griffier] en in openbaar uitgesproken op 8 april 2021.

de griffier de voorzitter

Deze beslissing is gegeven door de mr. G.W.B. Heijmans, voorzitter,

mr. A.F. Germs-de Goede en mr. Y.H.M. Marijs, leden, in tegenwoordigheid van de griffier [griffier] en in openbaar uitgesproken op 8 april 2021.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.