ECLI:NL:RBLIM:2021:1347
public
2021-02-17T16:13:02
2021-02-17
Raad voor de Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2021-02-17
03/659369-17
Eerste aanleg - meervoudig
NL
Roermond
Strafrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:1347
public
2021-02-17T10:55:42
2021-02-17
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:RBLIM:2021:1347 Rechtbank Limburg , 17-02-2021 / 03/659369-17

Vrijspraak van de gehele tenlastelegging (primair, subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair tenlastegelegde feit). In het dossier ontbreken bewijsmiddelen op grond waarvan vastgesteld kan worden dat verdachte gericht op het slachtoffer heeft geschoten of minst genomen de aanmerkelijke kans dat een kogel in de richting van het slachtoffer werd gevuurd bewust heeft aanvaard, zodat niet kan worden geoordeeld dat verdachte met het tenlastegelegde opzet heeft gehandeld.

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/659369-17

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 17 februari 2021

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1967,

wonende te [adres] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. M.F.M. Geeratz, advocaat kantoorhoudende te Venlo .

1Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 3 februari 2021. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte het slachtoffer heeft beschoten en daarmee heeft geprobeerd het slachtoffer te vermoorden, dan wel heeft geprobeerd het slachtoffer te doden, dan wel het slachtoffer zwaar heeft mishandeld, dan wel heeft geprobeerd het slachtoffer zwaar te mishandelen.

3De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de primair tenlastegelegde poging moord wettig en overtuigend kan worden bewezen. Daartoe heeft zij aangevoerd dat zij uitgaat van de verklaring van het slachtoffer, welke wordt ondersteund door de verklaring van de getuige [getuige] en enkele messenger berichten. Op grond van de feiten en omstandigheden staat volgens de officier van justitie vast dat verdachte met een vuurwapen naar de woning van het slachtoffer is gegaan, hij dit ook al van tevoren had aangekondigd en dat hij vervolgens met dit vuurwapen op het slachtoffer heeft geschoten. Het slachtoffer is hierbij in zijn borst geraakt. De verklaring van verdachte dat hij de woning is binnengegaan en als eerste is beschoten, acht de officier van justitie niet aannemelijk. Een beroep op noodweer moet volgens haar worden afgewezen.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken, omdat hij geen opzet heeft gehad op het afgaan van het schot en dus niet op het schieten op het slachtoffer, ook niet in voorwaardelijke zin. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de handelingen van verdachte moeten worden gezien als noodweer. Dit moet leiden tot ontslag van rechtsvervolging.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat op grond van objectieve feiten en omstandigheden uit het dossier en het verhandelde ter zitting niet kan worden vastgesteld wat er zich op 20 oktober 2017 in de woning in [gemeente 1] precies heeft afgespeeld.

De rechtbank stelt vast dat in de woning een schietincident heeft plaatsgevonden, waarbij zowel verdachte als het slachtoffer aanwezig waren. Ook stelt de rechtbank vast dat verdachte het vuurwapen vast heeft gehad of met zijn handen in de buurt van het vuurwapen is geweest toen dit afging. Dit volgt uit zijn eigen verklaring en het rapport van het NFI d.d. 20 oktober 2017 over de aanwezigheid van schotresten op de handen van verdachte.

Verdachte heeft verklaard dat hij de woning binnenliep en dat er vrijwel direct op hem werd geschoten door een persoon, niet zijnde het slachtoffer. Verdachte wilde de woning verlaten, maar werd op zijn hoofd geslagen en kwam in worsteling met de persoon die het vuurwapen vast hield. In die worsteling heeft verdachte dat vuurwapen vastgepakt en van zich af geduwd. Het wapen is daarbij afgegaan en het slachtoffer is hierbij gewond geraakt. De rechtbank acht op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting deze gang van zaken, zoals door verdachte vanaf het begin ook geschetst, niet onaannemelijk. Dat maakt dat geen bewijs geleverd is dat er bij verdachte sprake was van opzet, ook niet in voorwaardelijke zin, gericht op het schieten op het slachtoffer.

Vanwege het ontbreken van feiten of omstandigheden die maken dat de verklaring van verdachte als onjuist of als onaannemelijk moeten worden aangemerkt, is de rechtbank van oordeel dat van deze verklaring uit kan worden gegaan. In het dossier ontbreken bewijsmiddelen op grond waarvan vastgesteld kan worden dat verdachte gericht op het slachtoffer heeft geschoten of minst genomen de aanmerkelijke kans dat een kogel in de richting van het slachtoffer werd gevuurd bewust heeft aanvaard, zodat niet kan worden geoordeeld dat verdachte met het tenlastegelegde opzet heeft gehandeld. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte van de gehele tenlastelegging, primair, subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair, moet worden vrijgesproken. Bespreking van het van de zijde van de verdediging gedane beroep op noodweer kan derhalve achterwege blijven.

4De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het primair, het subsidiair, het meer subsidiair en het meest subsidiair tenlastegelegde feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. J.M.A. van Atteveld, voorzitter, mr. R.J.M.G. Rulkens en mr. N.H.W. Montulet-van der Meer, rechters, in tegenwoordigheid van

mr. A.F. Stuurman, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 17 februari 2021.

Buiten staat

mr. N.H.W. Montulet-van der Meer is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 20 oktober 2017 in de gemeente [gemeente 2]

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer]

opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven,

met dat opzet, na kalm beraad en rustig overleg, genoemde [slachtoffer] een of meer

kogel(s) in de buik, in elk geval in het lichaam heeft geschoten en/of een of

meer kogel(s) in de richting van die [slachtoffer] heeft geschoten, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 20 oktober 2017 in de gemeente [gemeente 2]

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer]

opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet genoemde [slachtoffer] een of meer

kogel(s) in de buik, in elk geval in het lichaam heeft geschoten en/of een of

meer kogel(s) in de richting van die [slachtoffer] heeft geschoten

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 20 oktober 2017 in de gemeente [gemeente 2]

aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een schotwond

borstkas, kogel onderhuids naast wervelkolom en/of een hoofdwond, heeft

toegebracht door genoemde [slachtoffer] een of meer kogel(s) in de buik, in elk geval in

het lichaam te schieten;

meest subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 20 oktober 2017 in de gemeente [gemeente 2]

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer]

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen genoemde [slachtoffer] een of meer

kogel(s) in de buik, in elk geval in het lichaam heeft geschoten en/of een of

meer kogel(s) in de richting van die [slachtoffer] heeft geschoten, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;