ECLI:NL:RBLIM:2021:1381
public
2021-02-24T10:57:16
2021-02-18
Raad voor de Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2021-02-17
8835863 CV EXPL 20-5229
Eerste aanleg - enkelvoudig
NL
Maastricht
Civiel recht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:1381
public
2021-02-24T10:56:23
2021-02-24
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:RBLIM:2021:1381 Rechtbank Limburg , 17-02-2021 / 8835863 CV EXPL 20-5229

Facturen op basis afvalstoffenvordering

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 8835863 CV EXPL 20-5229

Vonnis van de kantonrechter van 17 februari 2021

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE MAASTRICHT,

zetelend te Maastricht,

eisende partij,

gemachtigde P.M.F. Otten,

tegen

[gedaagde partij] ,

wonend [adres] ,

[woonplaats] ,

gedaagde partij,

procederend in persoon.

Partijen zullen hierna de Gemeente en [gedaagde partij] worden genoemd.

1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord

- de conclusie van repliek

- de rolbeslissing inhoudende dat het recht van [gedaagde partij] om te concluderen voor dupliek is vervallen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2De feiten en het geschil

2.1.

Bij schrijven van 18 februari 2020 heeft de Gemeente [gedaagde partij] ervan op de hoogte gesteld dat een ambtenaar van de Gemeente afval heeft aangetroffen dat is aangeboden in strijd met de Afvalstoffenverordening van gemeente Maastricht, dat hierbij gegevens zijn aangetroffen waaruit is gebleken dat dit afval afkomstig is van [gedaagde partij] , dat de ambtenaar dit afval heeft verwijderd en dat de Gemeente de kosten hiervan op [gedaagde partij] wenst te verhalen. Voor vermelde kosten is op 10 maart 2020 aan [gedaagde partij] een factuur verzonden. Het factuurbedrag ad € 108,00 is, ook na aanmaningen, onbetaald gelaten.

2.2.

De Gemeente vordert deswege, samengevat, [gedaagde partij] te veroordelen om aan de Gemeente te betalen € 157,45, te vermeerderen met rente en kosten.

2.3.

[gedaagde partij] heeft bij antwoord aangevoerd dat hij een boodschappentas met afval naast de container heeft gezet omdat de container vol was en er meer afval naast de container stond.

2.4.

De Gemeente heeft vervolgens de vordering nader toegelicht. Zij heeft bij die toelichting de vordering nader uitgewerkt en het antwoord van [gedaagde partij] besproken. De Gemeente heeft daarbij gesteld en onderbouwd dat bij het milieuperron, waar [gedaagde partij] het afval buiten de container heeft achtergelaten, door de Gemeente borden zijn geplaatst waarop duidelijk staat vermeld dat het niet is toegestaan om afval naast op of de container te plaatsen, dat het afval dan bij een ander milieuperron dient te worden gedeponeerd of weer mee terug naar huis dient te worden genomen en dat het overtreden van het voorschrift “geld kan kosten”.

2.5.

[gedaagde partij] heeft daarop niet meer gereageerd, hoewel daartoe bij brief van de griffier in de gelegenheid gesteld. Er is ook niet om uitstel verzocht.

3De beoordeling

3.1.

In de dagvaarding is aan de vordering ten grondslag gelegd dat afval is aangeboden in strijd met “de Afvalstoffenverordening van gemeente Maastricht”, dat de Gemeente de kosten op [gedaagde partij] wenst te verhalen alsmede dat sprake is van een “toerekenbaar tekortkomen” al dan niet omdat [gedaagde partij] geen gehoor heeft gegeven aan de ingebrekestelling. Elke toelichting ontbreekt evenwel. Zo is geen concreet artikel uit de verordening geduid. Evenmin is gesteld dat er sprake is van een overeenkomst tussen de Gemeente en [gedaagde partij] . Derhalve kan geen sprake zijn van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst. In de dagvaarding noch bij repliek is gesteld dat [gedaagde partij] onrechtmatig jegens de Gemeente heeft gehandeld. Die vraag zou de kantonrechter hier ook niet zonder meer bevestigend kunnen beantwoorden. Voor het beantwoorden van die vraag is immers van belang of [gedaagde partij] heeft gehandeld in strijd met een wettelijke plicht en zo ja, of de geschonden norm strekt tot bescherming tegen de schade die de Gemeente heeft geleden.

3.2.

Het vorenstaande betekent dat de vordering van de Gemeente dient te worden afgewezen.

3.3.

Als de in het ongelijk gestelde partij dient de Gemeente te worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde partij] gerezen en tot aan de datum van uitspraak van dit vonnis in totaal begroot op € 30,00 (voor het in persoon verschijnen op de rechtbank).

4De beslissing

De kantonrechter

4.1.

wijst de vordering van de Gemeente af,

4.2.

veroordeelt de Gemeente in de kosten van de procedure aan de zijde van [gedaagde partij] gevallen en tot op heden begroot op een bedrag van € 30,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.M. Drenth en in het openbaar uitgesproken.

NIv