ECLI:NL:RBLIM:2021:1707
public
2021-03-05T12:07:12
2021-02-26
Raad voor de Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2021-02-24
8805869 CV EXPL 20-4890
Eerste aanleg - enkelvoudig
NL
Maastricht
Civiel recht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:1707
public
2021-03-05T12:07:03
2021-03-05
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:RBLIM:2021:1707 Rechtbank Limburg , 24-02-2021 / 8805869 CV EXPL 20-4890

Eiser niet-ontvankelijk. Onduidelijk of er (nog steeds) sprake is van een betalingsachterstand en zo ja hoe hoog die achterstand dan is.

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 8805869 CV EXPL 20-4890

Vonnis van de kantonrechter van 24 februari 2021

in de zaak van:

de naamloze vennootschap VGZ ZORGVERZEKERAAR,

gevestigd te Arnhem,

eisende partij,

gemachtigde Inkassier, Gerechtsdeurwaarders & Incasso,

tegen

[gedaagde] ,

wonend te [woonplaats] ,

gedaagde partij

in persoon

Partijen zullen hierna VGZ en [gedaagde] worden genoemd.

1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 28 augustus 2021 met producties,

- de conclusie van antwoord met producties,

- de conclusie van repliek met producties,

- de conclusie van dupliek met productie,

- de akte uitlaten productie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2De feiten

2.1.

[gedaagde] heeft bij VGZ een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet afgesloten. De verzekering is bij VGZ geregistreerd onder klantnummer 3461372200/VGZ.

3Het geschil

3.1.

VGZ vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 500,00, vermeerderd met rente en kosten.

3.2.

[gedaagde] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4De beoordeling

4.1.

VGZ stelt dat [gedaagde] een bedrag van € 3.707,47 (€ 3.923,41 inclusief rente en kosten) aan premies en overige kosten onbetaald heeft gelaten. Ter onderbouwing van dat bedrag heeft zij een specificatie overgelegd. [gedaagde] heeft volgens VGZ een bedrag van

€ 2.816,11 voldaan, waarna nog een vordering van € 1.107,30 resteert.

VGZ heeft de vordering beperkt tot € 500,00 en reserveert haar rechten met betrekking tot de invordering van het resterende deel van de vordering.

4.2.

[gedaagde] stelt het de door VGZ overgelegde overzicht en de vordering niet kloppen. Partijen hebben een betalingsregeling getroffen van € 25,00 per maand. Dit bedrag is later verhoogd naar € 50,00 per maand. [gedaagde] lost al geruime tijd af en heeft volgens hem niets meer openstaan. De premies worden doorgaans automatisch afgeschreven en de overige kosten betaalt hij middels acceptgiro. Ter onderbouwing heeft [gedaagde] diverse bankafschriften over de jaren 2018, 2019 en 2020 overgelegd waaruit betalingen aan VGZ blijken. En overzicht van de vermeende betalingsachterstand heeft hij - ondanks herhaald verzoek - niet eerder dan bij de dagvaarding ontvangen.

4.3.

Pas na het verweer van [gedaagde] heeft VGZ nog aangevoerd dat partijen inderdaad op 20 december 2018 een betalingsregeling van € 25,00 per maand hebben afgesproken en dat op 26 november 2019 dit bedrag is verhoogd naar € 50,00 per maand. De betalingsregeling is volgens VGZ komen te vervallen omdat [gedaagde] de aflossing van juni 2020 (niet) tijdig heeft voldaan. [gedaagde] zou niet hebben gereageerd op de brieven die VGZ daarna op 28 juli 2020 en 14 augustus 2020 naar hem heeft gestuurd.

4.4.

De kantonrechter stelt vast dat het door VGZ overgelegde overzicht betrekking heeft op niet betaalde premies, declaraties en kosten in de periode van 7 juni 2018 tot en met 10 juli 2020 (in totaal € 3.707,47). Voor de kantonrechter is echter niet duidelijk of het door VGZ overgelegde overzicht betrekking heeft op de zorgovereenkomst met [gedaagde] . Gegevens die het overzicht aan de zorgovereenkomst met [gedaagde] koppelen, zoals zijn naam en/of zijn klantnummer, ontbreken. Uit het overzicht blijkt evenmin hoe de wel betaalde bedragen, volgens VGZ in totaal € 2.816,11, administratief zijn verwerkt. Een overzicht van de ontvangen (deel)betalingen ontbreekt. Het is onduidelijk of er (nog steeds) sprake is van een betalingsachterstand en zo ja, hoe hoog die achterstand dan is.

4.5.

In de artikelen 21, 85 en 111 lid 3 Rv is vastgelegd dat de eisende partij met de dagvaarding aan de gedaagde partij en de kantonrechter een zo volledig, inzichtelijk en waarheidsgetrouw mogelijk beeld verschaft van de vordering, de ondersteunende feitelijke argumenten, de daarvoor beschikbare bewijzen en bewijsmiddelen, het buitengerechtelijk debat en de verweren/verweermiddelen van de wederpartij. De kantonrechter is van oordeel dat VGZ haar (vermeende) vordering, in strijd met de bepalingen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, niet volledig en niet inzichtelijk presenteert, waardoor zowel de kantonrechter als [gedaagde] zich geen goed beeld kunnen vormen van de (vermeende) vordering. De kantonrechter zal VGZ dan ook niet-ontvankelijk is haar vordering verklaren.

4.6.

VGZ zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. Aangezien [gedaagde] in persoon procedeert worden de kosten aan zijn zijde begroot op nihil.

4.7.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5De beslissing

De kantonrechter

5.1.

verklaart VGZ niet-ontvankelijk in haar vordering,

5.2.

veroordeelt VGZ in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] gevallen en tot op heden begroot op nihil,

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.M. Driessen en in het openbaar uitgesproken.