Onbetaalde factuur. Verzoek betalingsregeling. Betalingsonmacht.
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingslocatie Maastricht
Zaaknummer: 8701705 CV EXPL 20-3872
Vonnis van de kantonrechter van 3 maart 2021
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FAMED B.V.,
gevestigd en kantoorhoudend te Amersfoort,
eisende partij,
gemachtigde Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde partij] ,
wonend aan het [adres] , [woonplaats] ,
gedaagde partij,
procederend in persoon.
Partijen zullen hierna Famed en [gedaagde partij] genoemd worden.
1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
-
de conclusie van repliek
-
de conclusie van dupliek
Ten slotte is vonnis bepaald.
2Het geschil
Famed vordert veroordeling van [gedaagde partij] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van € 299,66, zijnde € 370,98 aan hoofdsom, € 5,30 aan vervallen wettelijke rente tot en met 14 juli 2020 en € 40,00 aan vergoeding buitengerechtelijke kosten, minus het door [gedaagde partij] betaalde bedrag van € 116,62, vermeerderd met de wettelijke rente over € 294,36 vanaf 14 juli 2020 tot de dag van voldoening, alsmede veroordeling van [gedaagde partij] in de proceskosten.
Famed legt aan haar vordering ten grondslag dat zorgverlener [zorgverlener] in opdracht en voor rekening van [gedaagde partij] één of meer medische behandeling(en) heeft verricht. De uit deze behandeling voortvloeiende vordering heeft de zorgverlener vervolgens gecedeerd aan Famed.
[gedaagde partij] heeft verweer gevoerd.
Op de stellingen van partijen zal hierna – voor zover relevant – nader worden ingegaan.
3De beoordeling
De kantonrechter oordeelt dat met de door [gedaagde partij] gedane mededeling, dat zij in de schuldsanering zit, geen rekening kan worden gehouden. In het openbaar centraal insolventieregister wordt geen melding gemaakt van een op naam van [gedaagde partij] uitgesproken schuldsanering.
[gedaagde partij] heeft beschreven waarom zij niet in staat is de vordering van Famed te voldoen en heeft verzocht om coulance zodat zij weer maandelijks kan betalen zonder extra kosten. Er bestond in het verleden een betalingsregeling die door Famed is opgezegd omdat [gedaagde partij] deze niet nakwam. De kantonrechter heeft in beginsel niet de bevoegdheid de schuldeiser te verplichten een betalingsregeling te accepteren. Dit volgt uit artikel 6:29 van het Burgerlijk Wetboek. Dat sprake is van een uitzondering op deze hoofdregel heeft [gedaagde partij] niet aangevoerd. Aan het verzoek om haar maandelijks te laten betalen wordt daarom voorbij gegaan. Verder geldt dat betalingsonmacht niet in de weg staat aan toewijzing van de vordering. De omstandigheden die hiertoe hebben geleid liggen immers niet in de risicosfeer van Famed, die op grond van de overeenkomst recht heeft op betaling. Immers staat vast dat [gedaagde partij] en [zorgverlener] een overeenkomst voor medische behandeling(en) hebben gesloten, is niet gebleken dat [zorgverlener] haar verplichtingen niet is nagekomen en staat vast dat het recht van [zorgverlener] uit de overeenkomst om betaling te verlangen is gecedeerd aan Famed. De gevorderde hoofdsom zal dan ook worden toegewezen.
Famed heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.
De gevorderde rente, die door het enkele betalingsverzuim verschuldigd wordt, ligt eveneens voor toewijzing gereed. Nu de verschenen rente is berekend tot en met 14 juli 2020 zal de lopende rente worden toegewezen vanaf 15 juli 2020.
Het door [gedaagde partij] betaalde bedrag van € 116,62 zal op het vorenstaande in mindering strekken.
[gedaagde partij] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van Famed worden tot de uitspraak van dit vonnis begroot op: - dagvaarding € 86,85
- griffierecht € 124,00- gemachtigde salaris € 150,00 (2 punten x € 75,00)
Totaal € 360,85
4De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde partij] om aan Famed tegen bewijs van kwijting te betalen € 299,66 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 294,36 vanaf 15 juli 2020 tot de dag van algehele voldoening,
veroordeelt [gedaagde partij] in de kosten van deze procedure, aan de zijde van Famed tot op heden begroot op € 360,85,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.M. Drenth en in het openbaar uitgesproken.
CJ