Toegewezen als gevorderd; kosten dagvaarding gematigd cf aanbevelingen LOVCK
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 9017325 \ CV EXPL 21-780
Vonnis van de kantonrechter van 14 april 2021
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
ZILVEREN KRUIS ZORGVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Utrecht,
eisende partij,
gemachtigde drs. M.D. Brouwer,
tegen:
[gedaagde] ,
wonende [adres] ,
[woonplaats] ,
gedaagde partij,
procederende in persoon.
1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het verzoek om uitstel van gedaagde partij.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De beoordeling
Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Rv dient de dagvaarding de eis en de gronden daarvan te vermelden en op grond van artikel 21 Rv dient eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren.
De kantonrechter is van oordeel dat de dagvaarding aan de voormelde vereisten voldoet.
Gedaagde partij is een consument, althans wordt vermoed een consument te zijn.
Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dient de rechter de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ook toe te passen als daar niet om gevraagd is (‘ambtshalve toepassing’).
De kantonrechter is van oordeel dat in deze zaak geen beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht zijn geschonden.
Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord. De vordering van eisende partij staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen.
Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure met dien verstande dat de gevorderde kosten dagvaarding overeenkomstig de aanbevelingen van het LOVCK worden toegewezen (exploot € 85,81, bevraging digitaal beslagregister € 1,83, BRP voor titel € 1,80, btw € 18,78).
De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:
-
dagvaarding € 108,22
-
griffierecht € 126,00
-
salaris gemachtigde € 75,00 (1 x tarief € 75,00)
totaal € 309,22
3De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 462,55, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 387,50 vanaf 15 januari 2021 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 309,22,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.
type: JEC