Dwangsom afgewezen ogv art 611a lid 1, tweede volzin Rv
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 9022892 \ CV EXPL 21-789
Vonnis van de kantonrechter van 14 april 2021
in de zaak van:
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde mr. M.J.O.F. Rutten,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
KUNSTSTOF BRUNSSUM B.V.,
gevestigd Haefland 5
6441 PA Brunssum,
gedaagde partij,
verschenen bij R. Kuckelkorn
1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het verzoek om uitstel van gedaagde partij.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De beoordeling
Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord. De vordering van eisende partij staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen, behoudens de gevorderde dwangsom. Deze zal, gelet op het bepaalde in artikel 611a, eerste lid, tweede volzin, Rv. worden afgewezen.
Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:
-
dagvaarding € 111,59
-
griffierecht € 240,00
-
salaris gemachtigde € 187,00 (1 x tarief € 187,00)
totaal € 538,59
De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen overeenkomstig de richtlijnen van het LOVCK en worden begroot op een half salarispunt conform het liquidatietarief proceskosten met een maximum van € 124,00 aan nakosten salaris.
3De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 2.415,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en de wettelijke verhoging over € 2.100,00 vanaf 2 november 2020 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 538,59,
veroordeelt gedaagde partij onder de voorwaarde dat deze niet binnen twee weken na aanschrijving door eisende partij volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:
- € 124,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de dag der voldoening,
- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de dag der voldoening,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.
type: JEC