ECLI:NL:RBLIM:2021:3557
public
2021-04-30T10:28:19
2021-04-23
Raad voor de Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2021-04-21
8900024 CV EXPL 20-6042
Eerste aanleg - enkelvoudig
NL
Maastricht
Civiel recht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:3557
public
2021-04-30T10:28:08
2021-04-30
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:RBLIM:2021:3557 Rechtbank Limburg , 21-04-2021 / 8900024 CV EXPL 20-6042

Vordering verminderd tot nihil, veroordeling eiser in de proceskosten

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 8900024 CV EXPL 20-6042

Vonnis van de kantonrechter bij vervroeging van 21 april 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INCASSO PARTNERS B.V., h.o.d.n. Incassopartners,

(mede) gevestigd en kantoorhoudend te Leiden,

eisende partij,

gemachtigde Van Es Gerechtsdeurwaarders & Incasseerders,

tegen:

[gedaagde] ,

wonend [adres] ,

[woonplaats] ,

gedaagde partij,

procederend in persoon.

Partijen worden hierna Incassopartners en [gedaagde] genoemd.

1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 t/m 3,

- de conclusie van antwoord,

- de conclusie van repliek,

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2De feiten

2.1.

Incassopartners heeft bij repliek haar vordering op [gedaagde] verminderd tot nihil aangezien [gedaagde] het verschuldigde reeds voor de datum van dagvaarding heeft voldaan.

2.2.

[gedaagde] voert verweer en vordert veroordeling van Incassopartners tot betaling van de door haar gemaakte kosten.

2.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3De beoordeling

3.1.

Naar aanleiding van het door partijen over en weer gestelde staat vast dat [gedaagde] op 15 oktober 2020 het bedrag van € 16,16 (de vordering) heeft betaald. De dagvaarding is op 18 november 2020 uitgebracht.

3.2.

[gedaagde] stelt dat Incassopartners haar ten onrechte heeft neergezet als wanbetaler en dat zij is genoodzaakt kosten te maken. [gedaagde] verzoekt Incassopartners dan ook te veroordelen in de door haar gemaakte kosten, welke zij begroot op € 41,10.

3.3.

De kantonrechter stelt voorop dat het Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton op de onderhavige procedure van toepassing is en dat uit punt 6.1. volgt “Een zaak wordt op last van de rechter door de griffier op de rol doorgehaald op eenstemmig verzoek van partijen dan wel ambtshalve”. Partijen hebben dit niet verzocht. Nu partijen daarnaast niets hebben gesteld dat tot een ambtshalve doorhaling had kunnen leiden en Incassopartners haar vordering bij repliek heeft verminderd tot nihil, betekent dit dat Incassopartners geen vorderingsrecht meer op [gedaagde] heeft. Nu Incassopartners voorts niet heeft gesteld of doen blijken dat zij nog enig belang bij haar vordering heeft zal de kantonrechter de vordering afwijzen.

3.4.

Het voorgaande leidt er toe dat Incassopartners als de in het ongelijk gestelde partij zal worden veroordeeld in de proceskosten van [gedaagde] , met inachtneming van artikel 238 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, begroot op nihil.

4De beslissing

De kantonrechter

4.1.

wijst de vordering af,

4.2.

veroordeelt Incassopartners in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] gevallen en tot op heden begroot op nihil,

4.3.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster en in het openbaar uitgesproken.

type: AH