ECLI:NL:RBLIM:2021:540
public
2021-01-27T11:19:32
2021-01-25
Raad voor de Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2021-01-20
C/03/285782 / HA ZA 20-605
Eerste aanleg - enkelvoudig
NL
Maastricht
Civiel recht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:540
public
2021-01-27T11:18:41
2021-01-27
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:RBLIM:2021:540 Rechtbank Limburg , 20-01-2021 / C/03/285782 / HA ZA 20-605

Vrijwaring toegestaan.

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/285782 / HA ZA 20-605

Vonnis in incident bij vervroeging van 20 januari 2021

in de zaak van

1 [eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident sub 1] ,

2. [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident sub 2],

wonend te [woonplaats] ,

eisers in de hoofdzaak,

verweerders in het incident,

advocaat mr. P.J.H.C. Glenz,

tegen

[gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] ,

wonend te [woonplaats] ,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiser in het incident,

advocaat mr. R.A.G. Smeets.

Partijen zullen hierna [eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] en [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] genoemd worden.

1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het vonnis van de kantonrechter van deze rechtbank van 2 december 2020 (8604018 CV EXPL 20-2948) waarbij de zaak is verwezen naar deze kamer van de rechtbank, waarna is bepaald dat vonnis in het incident zal worden gewezen.

2De beoordeling in het incident

2.1.

[eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] vorderen voor zover hier van belang terugbetaling van de volledige (nog openstaande) somma van de door hen aan [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] verstrekte lening van € 45.000,-.

2.2.

[gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] stelt dat voor zover het bedrag van € 45.000,00 niet aan hem en/of de dochter van eisers ( [naam dochter ] ) waarmee hij in gemeenschap van goederen was getrouwd, zou zijn geschonken, het bedrag een schuld is die in de algehele gemeenschap van goederen is gevallen en dus gemeenschappelijk is geworden. Voornoemde lening, indien daarvan sprake is, is volgens [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] niet betrokken in de verdeling tussen partijen bij de echtscheiding. [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] vordert derhalve dat hem wordt toegestaan [naam dochter ] in vrijwaring op te roepen.

2.3.

[eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] voeren verweer, zij stellen dat zij de lening hebben verstrekt voor de aankoop van een woning door hun dochter en [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] . De lening is derhalve gekoppeld aan de woning, welke bij de echtscheiding aan [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] is toebedeeld. [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] heeft in het convenant alle hypotheekverplichtingen voor zijn rekening genomen. Hieronder valt volgens [eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] tevens de lening.

2.4.

De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, omdat met de door [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] aangevoerde feiten is voldaan aan de maatstaf voor de vrijwaring. In de eventuele bodemprocedure tussen [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] en [naam dochter ] zal, afhankelijk van hetgeen daarin wordt aangevoerd, moeten worden uitgezocht of juist is hetgeen [eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] hebben aangevoerd, zoals vermeld in rov. 2.3.

2.5.

[eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

3De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1.

staat toe dat [naam dochter ] door [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] wordt gedagvaard tegen de terechtzitting van 3 maart 2021,

3.2.

veroordeelt [eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] in de kosten van het incident, aan de zijde van [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] tot op heden begroot op € 543,00,

in de hoofdzaak

3.3.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 3 maart 2021 voor conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken.1

1

type: AH

coll: