ECLI:NL:RBLIM:2021:956
public
2021-02-16T11:48:59
2021-02-05
Raad voor de Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2021-02-03
8884544 CV EXPL 20-5769
Eerste aanleg - enkelvoudig
NL
Maastricht
Civiel recht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:956
public
2021-02-16T11:48:37
2021-02-16
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:RBLIM:2021:956 Rechtbank Limburg , 03-02-2021 / 8884544 CV EXPL 20-5769

Verwijzing - vordering meer dan 25.000 euro.

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: 8884544 CV EXPL 20-5769

Vonnis van 3 februari 2021

in de zaak van

[eisende partij] , wonend te [woonplaats 1] ,

eisende partij,

gemachtigde mr. L.A. Jansen,

tegen

[gedaagde partij] ,

wonend te [woonplaats 2] , [adres] ,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. E. Frins.

Partijen zullen hierna [eisende partij] en [gedaagde partij] genoemd worden.

1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de rolbeslissing van 9 december 2020

  • de akte uitlating absolute bevoegdheid van [eisende partij] , genomen op de rol van 23 december 2020

  • de akte uitlating absolute bevoegdheid van [gedaagde partij] , genomen op de rol van 20 januari 2021.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2De beoordeling

2.1.

Bij rolbeschikking van 9 december 2020 heeft de kantonrechter partijen in staat gesteld zich uit te laten over de vraag welke rechter van deze rechtbank dit geschil moet behandelen.

2.2.

De vordering van [eisende partij] strekt tot betaling door [gedaagde partij] van een geldbedrag van in totaal € 38.424,75, te vermeerderen met de wettelijke rente en proceskosten.

2.3.

Beide partijen zijn het erover eens dat de zaak niet bij de juiste rechter in behandeling is.

2.4.

De kantonrechter zal dan ook de zaak in de staat en stand waarin deze zich bevindt verwijzen naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de Rechtbank Limburg, locatie Maastricht.

2.5.

De kantonrechter wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure alleen bij advocaat kunnen procederen.

3De beslissing

De kantonrechter

3.1.

verwijst de zaak in de stand waarin zij zich bevindt naar de civiele rolzitting van de kamer voor andere zaken dan kantonzaken in de Rechtbank Limburg, locatie Maastricht van woensdag 17 februari 2021 voor stellen advocaat,

3.2.

wijst partijen erop dat zij na verwijzing dienen te procederen bij advocaat,

3.3.

wijst [eisende partij] erop dat na verwijzing een verhoogd griffierecht verschuldigd is, dat deze verhoging kan worden afgeleid uit de meest recente griffierechttabellen op www.rechtspraak.nl en dat deze verhoging binnen 4 weken na voormelde roldatum moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank dan wel ter griffie zijn gestort,

3.4.

wijst [gedaagde partij] erop dat na verwijzing griffierecht verschuldigd is, dat dit griffierecht kan worden afgeleid uit de meest recente griffierechttabellen op www.rechtspraak.nl en dat het griffierecht binnen 4 weken na voormelde roldatum moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank dan wel ter griffie zijn gestort.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.1

1

type: AH