ECLI:NL:RBMNE:2021:206
public
2021-01-26T15:37:44
2021-01-26
Raad voor de Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2021-01-26
16/057551-19 (ontneming)
Eerste aanleg - meervoudig
NL
Utrecht
Strafrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:206
public
2021-01-26T14:39:08
2021-01-26
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:RBMNE:2021:206 Rechtbank Midden-Nederland , 26-01-2021 / 16/057551-19 (ontneming)

Vordering van de officier van justitie, strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, afgewezen.

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/057551-19 (ontneming)

Vonnis van de meervoudige kamer op de vordering van de officier van justitie tot ontneming

in de zaak tegen

[betrokkene] ,

geboren op [1984] te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] te [woonplaats] ,

hierna te noemen: betrokkene.

1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

De vordering is aan de orde geweest op de terechtzittingen van 3 september 2019, 20 november 2019, 19 maart 2020, 23 juni 2020, 22 september 2020 en 12 januari 2021.

De vordering is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 12 januari 2021.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en het standpunt van officier van justitie mr. W.B. Gaasbeek, en van hetgeen mr. M.G.M. Frerix, advocaat te Ede, namens betrokkene, naar voren heeft gebracht.

2VORDERING

2.1

De vordering van de officier van justitie

De vordering van de officier van justitie d.d. 29 juli 2019 strekt tot het opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 87.527,52 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Ter terechtzitting van 12 januari 2021 heeft de officier van justitie tot afwijzing van de vordering gerekwireerd.

2.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om de vordering af te wijzen.

2.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij vonnis van 26 januari 2021 heeft deze rechtbank betrokkene vrijgesproken van (primair) het (medeplegen van) telen/bewerken/verwerken/bereiden en/of opzettelijk aanwezig hebben

van 261 hennepplanten en (subsidiair) de medeplichtigheid daaraan. Gelet op deze integrale vrijspraak kan niet worden vastgesteld dat betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen uit de bedoelde hennepkwekerij. Omdat de ontnemingsvordering is gebaseerd op de wederrechtelijk genoten inkomsten uit die kwekerij zal de rechtbank de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel afwijzen.

3BESLISSING

De rechtbank:

- wijst de vordering van de officier van justitie, strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, af.

Dit vonnis is gewezen door mr. D. Riani el Achhab, voorzitter, mrs. E.W.A. Vonk en N.P.J. Janssens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V. Soeteman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 januari 2021.

Mr. Riani el Achhab en mr Janssens zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.