Beroep TOZO te laat ingediend. Ziekte maakt te late indiening niet verschoonbaar. Beroep niet-ontvankelijk.
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/120
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 februari 2021 in de zaak tussen
[eiser ] , te [woonplaats] , eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van
19 oktober 2020.
Overwegingen
1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser is namelijk te laat met het indienen van beroep, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Een beroep moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel 3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt.
3. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 19 oktober 2020. Het beroepschrift had dus uiterlijk op 30 november 2020 door de rechtbank ontvangen moeten zijn. De rechtbank heeft het beroepschrift ontvangen op 13 januari 2021. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het beroepschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. Eiser zegt dat in oktober 2020 onverwachts is geconfronteerd met epileptische aanvallen. Zijn medicatie moest opnieuw worden ingesteld. Ter onderbouwing daarvan heeft hij een brief van zijn huisarts overgelegd. Door deze omstandigheden kon hij niet op tijd reageren.
5. De rechtbank heeft begrip voor deze omstandigheden maar ziet hierin geen verschoonbare reden voor het te laat indienen van het beroep. Het is de verantwoordelijkheid van eiser om op tijd beroep in te stellen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij, of iemand anders namens hem, gedurende de gehele beroepstermijn niet in staat is geweest om tijdig, desnoods met een eenregelig (zogenoemd pro forma) beroepschrift, beroep in te stellen. Verder overweegt de rechtbank dat de termijn voor het indienen van een beroepschrift een fatale termijn van openbare orde is, die door de rechtbank ambtshalve moet worden beoordeeld. Dit betekent dat de duur van die termijn niet kan worden gewijzigd en het beroep zonder verschoonbare omstandigheden, zoals in dit geval, niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
6. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb).
7. Eiser krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer rechter, in aanwezigheid van
mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier. De beslissing is uitgesproken op 25 februari 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op www.rechtspraak.nl.
De rechter is verhinderd om de uitspraak te
ondertekenen.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.