mislukte incasso factuur
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 8661005 CV EXPL 20-3523
Uitspraakdatum: 10 februari 2021
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
N.V. PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland
gevestigd te Velserbroek
eiseres
verder te noemen: PWN
gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso
tegen
Vonlex Vastgoed B.V.
gevestigd te Heerhugowaard
gedaagde
verder te noemen: Vonlex
gemachtigde: mr. L. Koolen
1Het procesverloop
PWN heeft bij dagvaarding van 16 juli 2020 een vordering tegen Vonlex ingesteld. Vonlex heeft schriftelijk geantwoord.
PWN heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna Vonlex een schriftelijke reactie heeft gegeven met bijlagen. Tot slot heeft PWN nog een akte genomen.
2De feiten
PWN exploiteert een drinkwaterbedrijf in de zin van de Drinkwaterwet.
Bij brief van 25 oktober 2018 heeft PWN Vonlex per 16 februari 2017 ingeschreven als afnemer van water op het adres [adres] .
PWN heeft Vonlex driemaandelijks voorschotfacturen alsmede jaarafrekeningen gezonden.
Tot begin 2020 heeft PWN het jaarverbruik van Vonlex geschat. Op 25 maart 2020 heeft Vonlex de meterstand doorgegeven en bij (eind)factuur van 30 maart zijn de eerdere facturen gecorrigeerd met een creditfactuur voor € 232,97.
3De vordering
PWN vordert dat de kantonrechter Vonlex veroordeelt tot betaling van € 395,88 in hoofdsom en € 59,38 aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met rente en proceskosten. In haar laatste akte heeft PWN haar vordering verminderd met de gevorderde hoofdsom, omdat zij daarvan inmiddels betaling had ontvangen.
PWN legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat Vonlex op grond van de tussen partijen geldende overeenkomst is gehouden de facturen voor het door PWN aan Vonlex geleverde drinkwater te betalen.
4Het verweer
Vonlex betwist de vordering. Zij voert aan – samengevat – dat de dagvaarding onduidelijk is en dat PWN niet aan haar bewijsaandraagplicht en substantiëringsplicht heeft voldaan. Zij betwist de juistheid van de facturen van PWN en het watergebruik waar deze op zijn gebaseerd, omdat het winkelpand waar de levering op ziet geruime tijd heeft leeggestaan. In 2020 heeft Vonlex aan PWN een betaling gedaan, die ertoe heeft geleid dat zij € 226,- teveel heeft betaald. Als gevolg van de wijze van procederen van PWN werd eerst na de conclusie van repliek duidelijk van welke factuur betaling werd gevorderd. Toen kon Vonlex echter geen reconventionele vordering meer instellen. Vonlex beroept zich op verrekening.
5De beoordeling
Voor zover Vonlex heeft willen aanvoeren dat zij geen overeenkomst heeft met PWN en ook geen drinkwater heeft afgenomen, gaat de kantonrechter daaraan voorbij. Uit de stellingen van partijen blijkt dat Vonlex een reeks van facturen van PWN wegens de levering van drinkwater heeft betaald. Het geschil van partijen draait in feite slechts om de vraag of de eindafrekening van PWN correct is.
In dit geding vorderde PWN betaling van haar factuur 512003386 met factuurdatum 14 maart 2019 ad € 395,88. Dit betreft een correctiefactuur op basis van geschat verbruik, alsmede een nieuw termijnbedrag (in 2019). Bij deze factuur is verder een overzicht gevoegd, waarop is vermeld dat een eerdere factuur ad € 303,- en in rekening gebrachte incassokosten ad € 45,45 nog open stonden, zodat in totaal verschuldigd was € 744,33. Uit de eindfactuur van 30 maart 2020 blijkt vervolgens dat € 232,97 teveel in rekening is gebracht. De som van deze bedragen sluit op € 511,36 (inclusief de berekende incassokosten) en € 465,91 (exclusief de berekende incassokosten). Uit de bijlage bij de eindafrekening van 30 maart 2020 is echter vermeld dat nog een bedrag van € 670,74 moest worden betaald. Dat bedrag is echter nergens gespecificeerd of onderbouwd en zonder nadere toelichting onbegrijpelijk.
PWN heeft in haar akte erkend dat Vonlex op 7 mei 2020 € 388,91 heeft betaald. Op 9 juni 2020 heeft Vonlex volgens PWN € 78,73 voldaan. Op 10 oktober 2020 heeft Vonlex volgens PWN nog eens € 303,- betaald. De in totaal erkende betalingen betreffen € 766,64. Dit bedrag overtreft ruimschoots het volgens opgave van PWN verschuldigde, waarbij alleen de betaling van 10 oktober 2020 dateert van na de dagvaarding.
Er is derhalve sprake van een aanmerkelijk en zonder toelichting onbegrijpelijk verschil tussen de door PWN gesteld facturen enerzijds en de door haar erkende betalingen anderzijds. De kantonrechter kan zich voorstellen dat alle facturen van PWN op Vonlex over 2019 en 2020 een hoger bedrag betreffen dan door haar in deze procedure gesteld. Dit komt echter voor haar rekening en risico. Het lag op de weg van PWN om reeds bij aanvang van de procedure of tenminste bij conclusie van repliek inzichtelijk te maken welke bedragen zij aan Vonlex heeft gefactureerd en welke betalingen zij daarop heeft ontvangen.
De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van PWN zal afwijzen, omdat zij die onvoldoende heeft onderbouwd.
De proceskosten komen voor rekening van PWN, omdat zij ongelijk krijgt.
6De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt PWN tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Vonlex worden vastgesteld op een bedrag van € 150,- aan salaris van de gemachtigde van Vonlex.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Flipse en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter