ECLI:NL:RBNHO:2021:372
public
2021-01-19T10:23:59
2021-01-18
Raad voor de Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2021-01-06
8472278 CV EXPL 20-3550
Eerste aanleg - enkelvoudig
Verstek
Tussenuitspraak
NL
Haarlem
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:372
public
2021-01-19T10:21:42
2021-01-19
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:RBNHO:2021:372 Rechtbank Noord-Holland , 06-01-2021 / 8472278 CV EXPL 20-3550

Tussenvonnis. Klussenplatform. Toelichting artikel 6:230m (sub b, c, h) BW nodig. Ontbindingsrecht? 6:230v lid 1 BW. Bestelknop. Dienst van de informatiemaatschappij en informatieverplichtingen. Landelijke uniformiteit.

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8472278 CV EXPL 20-3550

uitspraakdatum: 6 januari 2021

Verstekvonnis in de zaak van:

de besloten vennootschap Zoofy B.V.

te Vught

de eisende partij

gemachtigde: NDA Incasso B.V.

tegen

[gedaagde]

te [woonplaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

1De procedure

1.1.

De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

1.2.

Bij tussenvonnis van 8 juli 2020 heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld haar vordering nader toe te lichten, hetgeen zij bij akte van 5 augustus 2020 heeft gedaan.

2De beoordeling

2.1.

De eisende partij heeft gevorderd de gedaagde partij te veroordelen tot betaling van € 324,46, te vermeerderen met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten.

2.2.

De eisende partij heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat partijen een overeenkomst met betrekking tot het doortrekken van kabelwerk hebben gesloten. Volgens de eisende partij heeft de gedaagde partij de aan hem verzonden factuur (na aanmaning) onbetaald gelaten. De eisende partij vordert betaling van het factuurbedrag en van de bijkomende kosten.

2.3.

De eisende partij heeft gesteld dat zij via haar website www.zoofy.nl een platform biedt om ervoor te zorgen dat een natuurlijke of rechtspersoon, desgewenst snel, een geschikte vakman vindt voor op haar website geselecteerde klussen. De gedaagde partij heeft op 17 oktober 2019 online een klusaanvraag gedaan.

2.4.

Nu de overeenkomst op afstand is gesloten, dient de eisende partij op grond van artikel 6:230m lid 1 BW - kort gezegd - voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst op afstand op passende, duidelijke en begrijpelijke wijze de in dat artikel opgesomde informatie aan de consument te verstrekken. Het doel van artikel 6:230m lid 1 BW is om de consument de mogelijkheid te geven een weloverwogen besluit te nemen over de verplichtingen die worden aangegaan.

2.5.

Voor zover de eisende partij stelt dat bedoelde informatie te vinden is in de algemene voorwaarden en dat de consument, voordat de overeenkomst tot stand komt, expliciet akkoord dient te gaan met deze algemene voorwaarden, geldt dat deze wijze van verstrekking van de informatie naar het oordeel van de kantonrechter niet volstaat. Tijdens het aanmeldproces dient de consument stap voor stap langs de in artikel 6:230m lid 1 BW genoemde informatie te worden geleid, zodat er geen enkel misverstand kan ontstaan over de vraag of de gemiddelde consument deze informatie bewust onder ogen heeft gekregen. Ook aan informatie die bereikt moet worden door op pagina’s als “klantenservice” of “veel gestelde vragen” te klikken, komt geringe betekenis toe, nu de consument immers niet automatisch en op duidelijke en begrijpelijke wijze langs die informatie wordt geleid.

2.6.

Het voorgaande geldt in ieder geval voor de in artikel 6:230m lid 1 sub a, b, c, e, h, i, j, o en p BW bedoelde informatie. In deze zaak ontbreekt, meer concreet, een onderbouwde toelichting hoe de gedaagde partij is geleid langs de identiteits- en adresgegevens van de eisende partij en/of de ingeschakelde vakman, zoals bedoeld in artikel 6:230 lid 1 sub b en c BW. Hetzelfde geldt voor het ontbindingsrecht zoals bedoeld in artikel 6:230m lid 1 sub h BW. Overigens is in het geheel niet toegelicht of de consument in het kader van deze overeenkomst een ontbindingsrecht toekomt, en zo nee, waarom niet.

2.7.

Op grond van artikel 6:230v lid 7 BW dient de eisende partij binnen een redelijke termijn na het sluiten van de overeenkomst een bevestiging van de overeenkomst te verstrekken op een duurzame gegevensdrager, met daarin wederom alle toepasselijke contractuele informatie. De eisende partij heeft nog niet onderbouwd gesteld dat de in artikel 6:230m lid 1 BW genoemde informatie op een passende wijze en in een duidelijke en begrijpelijke taal aan de gedaagde partij is verstrekt (artikel 6:230v lid 1 BW). De als productie 1 overgelegde e-mailbevestigingen bevatten niet alle informatie.

De eisende partij heeft evenmin toegelicht in welk opzicht ‘de bestelknop’ op haar website voldoet aan de eisen van artikel 6:230v lid 3 BW.

2.8.

Bij het voorgaande speelt ook een rol dat de eisende partij niet heeft toegelicht hoe de contractsluiting en verdere uitvoering van de overeenkomst in zijn werk gaan. Met wie de consument een overeenkomst sluit (met de eisende partij of met de vakman) en bij wie de consument terecht kan als er iets niet in orde blijkt te zijn (de eisende partij of de vakman), is onduidelijk.

2.9.

De kantonrechter tekent hierbij aan dat het niet aan de rechter is om zelf in de producties op zoek te moeten naar voor de beoordeling benodigde informatie.

2.10.

De eisende partij stelt dat zij via haar website een platform biedt om ervoor te zorgen dat iemand snel een geschikte vakman vindt voor op haar website geselecteerde klussen. De kantonrechter gaat er gelet hierop van uit dat sprake is van een dienst van de informatiemaatschappij, zoals bedoeld in artikel 3:15d lid 3 BW. In dit kader gelden, naast voornoemde informatieverplichtingen, de in artikel 3:15d lid 1 en 2 en 6:227b lid 1 BW e.v. bedoelde informatieverplichtingen. Hierover heeft de eisende partij niets gesteld.

In het kader van deze zaak acht de kantonrechter met name van belang dat over de vakman slechts summiere informatie lijkt te worden verstrekt; in de overgelegde e-mailbevestigingen is enkel een naam en telefoonnummer opgenomen.

De kantonrechter verlangt van de eisende partij een nadere toelichting op de vraag of (daarmee) voor de gedaagde partij voldoende duidelijk is met wie hij een overeenkomst sluit, wat zijn rechten zijn en wie hij kan aanspreken als iets niet naar wens verloopt.

2.11.

Gelet op het voorgaande verschaffen de in dit geding uitgebrachte dagvaarding en de genomen akte onvoldoende informatie en voldoen daarmee niet aan de eisen van artikel 21 Rv. Op grond van artikel 22 Rv is de rechter bevoegd een toelichting op bepaalde stellingen te vragen en te bevelen dat op de zaak betrekking hebbende bescheiden worden overgelegd.

2.12.

Dat in vergelijkbare zaken bij andere rechtbanken vorderingen van de eisende partij direct zijn toegewezen, zoals de eisende partij in haar akte aangeeft, maakt het voorgaande niet anders.

2.13.

De kantonrechter heeft begrip voor de wens van de eisende partij dat er landelijk meer uniformiteit wordt gehanteerd. Daar wordt ook naar gestreefd, waarbij het landelijke informatieformulier een belangrijk hulpmiddel is. De ambtshalve toetsing in het kader van het consumentenrecht is echter voortdurend in ontwikkeling. Het is daarom onvermijdelijk dat ten aanzien van bepaalde onderwerpen nog geen sprake is van uniformiteit. En steeds geldt dat de kantonrechter in iedere zaak ook tot een eigen afweging en oordeel moet (kunnen) komen. Verder is het in de eerste plaats aan de eisende partij om niet te volstaan met een (te) beperkte dagvaarding, maar direct alle voor de beoordeling van een vordering benodigde informatie te verstrekken. Daarmee kan de eisende partij ook zelf de ontwikkeling naar landelijke uniformiteit bevorderen.

2.14.

De eisende partij wordt opgedragen een nadere toelichting te geven ten aanzien van de informatieverplichtingen, met inachtneming van wat hiervoor daarover is overwogen.

De eisende partij dient haar stellingen te motiveren en te onderbouwen. Indien aan bedoelde opdrachten niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 Rv de gevolgen verbinden die geraden voorkomen.

2.15.

Iedere verdere beslissing wordt in dit stadium van het geding aangehouden.

3De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

beveelt de eisende partij haar stellingen nader toe te lichten door de inlichtingen te verstrekken zoals onder de beoordeling is uiteengezet, bij akte, te nemen op de rol van 3 februari 2021;

3.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. I. de Greef en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter