ECLI:NL:RBNHO:2021:3882
public
2021-06-09T13:11:32
2021-05-10
Raad voor de Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2021-04-28
8859026 CV / EXPL 20-9378
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
NL
Haarlem
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:3882
public
2021-06-09T13:10:14
2021-06-09
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:RBNHO:2021:3882 Rechtbank Noord-Holland , 28-04-2021 / 8859026 CV / EXPL 20-9378

Luchtvaartclaim. Systeemstoring Franse luchtverkeersleiding.

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8859026 CV / EXPL 20-9378

Uitspraakdatum: 28 april 2021

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1 [passagier sub 1]

2. [passagier sub 2]

beiden wonende te [woonplaats]

eisers

hierna te noemen: de passagiers

gemachtigde: Yource B.V.

tegen

de buitenlandse vennootschap

Easyjet Airline Company Limited,

gevestigd te Bedfordshire (Verenigd Koninkrijk)

gedaagde

verder te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. J. Kumar

1Het procesverloop

1.1.

De passagiers hebben bij dagvaarding van 18 september 2020 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagiers hebben, hoewel zij daartoe in de gelegenheid zijn gesteld, hierop niet gereageerd.

2De feiten

2.1.

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers diende te vervoeren van London (Verenigd Koninkrijk) naar Amsterdam (Schiphol) op 1 september 2019, hierna: de vlucht.

2.2.

De vlucht is geannuleerd.

2.3.

De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde annulering.

2.4.

De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3De vordering

3.1.

De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:

- € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 september 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;- € 181,50, althans een in redelijke justitie door de kantonrechter te bepalen bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten en de nakosten.

3.2.

De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 250,00 per passagier.

4Het verweer

4.1.

De vervoerder voert aan dat de vlucht is geannuleerd als gevolg van Air Traffic Control (ATC) restricties die zijn ontstaan door een systeemstoring bij de Franse luchtverkeersleiding. De systeemstoring bij de Franse luchtverkeersleiding heeft de hele dag geduurd en maakte het onmogelijk om vluchtplannen in te dienen. De drie vluchten die voorafgaand aan de onderhavige vlucht met hetzelfde toestel zijn uitgevoerd, kregen te maken met (de kantonrechter leest: gewijzigde) slottijden van minimaal twee uur. Indien de vlucht niet geannuleerd zou worden, was er hoogstwaarschijnlijk een slottijd van minimaal 2 uur (de kantonrechter leest: later) opgelegd. Als gevolg hiervan zou de nachtsluiting van Schiphol worden geschonden en was de vervoerder genoodzaakt de vlucht te annuleren. Het inzetten van een reservetoestel was geen optie aangezien het reservetoestel zou worden onderworpen aan dezelfde verstoring. De vervoerder voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening, die ondanks het treffen van redelijke maatregelen niet voorkomen hadden kunnen worden.

5De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

5.2.

De vervoerder heeft aangevoerd dat de annulering van de vlucht het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening, die ondanks het treffen van redelijke maatregelen niet voorkomen hadden kunnen worden. De passagiers hebben, hoewel zij daartoe in de gelegenheid zijn gesteld, niet gereageerd op het verweer van de vervoerder. De door de vervoerder aangevoerde feiten en omstandigheden zijn daarmee vast komen te staan. Gelet op het voorgaande zal de vordering van de passagiers worden afgewezen. De overige verweren behoeven derhalve geen bespreking.

5.3.

Als de in het ongelijk gestelde partij zullen de passagiers in de kosten van de procedure worden veroordeeld. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten en de nakosten is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

6De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst de vordering af;

6.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 124,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

6.3.

veroordeelt de passagier tot betaling van € 62,00 aan nakosten, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

6.4.

verklaart dit vonnis, ten aanzien van de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter