ECLI:NL:RBNHO:2021:526
public
2021-01-25T08:04:47
2021-01-25
Raad voor de Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2021-01-20
8582117
Op tegenspraak
NL
Alkmaar
Civiel recht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:526
public
2021-01-25T08:04:30
2021-01-25
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:RBNHO:2021:526 Rechtbank Noord-Holland , 20-01-2021 / 8582117

Onbetaalde facturen motorrijtuigenverzekeringen

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 8582117 CV EXPL 20-2718

Uitspraakdatum: 20 januari 2021

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

Alan Jacktar B.V., h.o.d.n. TIS verzekeringen

gevestigd te Amsterdam

eiseres

verder te noemen: TIS

gemachtigde: Landelijke Associatie Van Gerechtsdeurwaarders B.V.

tegen

[gedaagde] , h.o.d.n. Taxi Snor

wonende te [woonplaats]

gedaagde

verder te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. R.P. van den Broek

1Het procesverloop

1.1.

TIS heeft bij dagvaarding van 5 juni 2020 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord. Daarna heeft TIS gerepliceerd en [gedaagde] gedupliceerd.

2De feiten

2.1.

TIS heeft als gevolmachtigde van diverse verzekeraars namens die verzekeraars met [gedaagde] vijf verzekeringen voor motorrijtuigen van [gedaagde] afgesloten met als ingangsdatum 1 april 2019.

2.2.

In verband met genoemde verzekeringen stuurde TIS aan [gedaagde] kwartaalfacturen wegens de verschuldigde premie en een factuur wegens een verschuldigde borg van EUR 500,-.

2.3.

Op 27 juni 2019 heeft [gedaagde] aan TIS gevraagd om drie polissen te royeren per 1 augustus 2019 en gemeld dat de verzekering met nummer TIS-099000005 wordt overgeschreven naar een andere intermediair.

3De vordering

3.1.

TIS vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van EUR 1.050,40, vermeerderd met rente en kosten.

3.2.

TIS legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] tot voormeld bedrag de facturen van TIS voor de verschuldigde verzekeringspremies onbetaald heeft gelaten.

4Het verweer

4.1.

[gedaagde] betwist de vordering. Hij voert aan – samengevat – dat TIS ten onrechte de overstand die hij had in de betaling van de premies per 18 juni 2019 ad EUR 472,93 en de betaalde borg ad EUR 500,- die hij terug dient te ontvangen van TIS na royement van de verzekeringen, niet heeft verrekend met de uitstaande facturen. Als TIS dat correct zou hebben gedaan, zou [gedaagde] nog slechts EUR 77,07 hoeven te betalen.

5De beoordeling

5.1.

TIS heeft haar vordering gespecificeerd door een overzicht in het geding te brengen van alle facturen die zij aan [gedaagde] in verband met de verzekeringen heeft gestuurd, alsmede van alle betalingen die zij van [gedaagde] heeft ontvangen. Dit overzicht saldeert op een vordering van TIS op [gedaagde] van EUR 1.050,40. [gedaagde] heeft de juistheid van de in het overzicht vermelde facturen van TIS niet betwist. Hij heeft evenmin gesteld dat de betalingen zoals die blijken uit het door TIS in het geding gebrachte overzicht onjuist zijn. Weliswaar heeft hij onder verwijzing naar zijn eerdere correspondentie met TIS aangevoerd dat “de optelling in dit overzicht niet correct is” en dat uit zijn eigen administratie volgt dat TIS een veel kleiner bedrag te vorderen heeft, maar hij heeft niet toegelicht waar de fout zit in de specificatie van TIS, laat staan dat hij die fout heeft onderbouwd. Nu niet in geschil is dat hij de facturen van TIS voor de lopende verzekeringen verschuldigd was, had dit wel op zijn weg gelegen.

5.2.

Wat betreft de door [gedaagde] aan TIS betaalde borg van EUR 500,- heeft TIS toegelicht dat zij de borg incasseerde namens de verzekeringsmaatschappij en dat deze borg eerst wordt terugbetaald na royement van de betreffende verzekering. TIS heeft daarbij verwezen naar hoofdstuk 8 van de polisvoorwaarden, waarin is bepaald dat een waarborgsom is verschuldigd voordat de verzekering ingaat, die de verzekeraar kan gebruiken als de verzekeringnemer de premie niet betaalt. Hierin is ook vermeld dat de waarborgsom wordt terugbetaald als de verzekering wordt beëindigd. Nu [gedaagde] (tenminste) een van de verzekeringen heeft voortgezet (via een andere intermediair), wordt de waarborgsom (nog) niet terugbetaald. Van verrekening met de openstaande premie kan dus ook geen sprake zijn.

5.3.

De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van TIS zal toewijzen. Dat geldt ook voor de gevorderde buitengerechtelijke kosten en rente, die [gedaagde] is verschuldigd omdat hij de betalingstermijn van de facturen heeft laten verlopen.

5.4.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt.

6De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan TIS van EUR 1.317,66 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over EUR 1.050,40 vanaf 20 mei 2020 tot aan de dag van de gehele betaling;

6.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van TIS tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 105,09

griffierecht € 499,00

salaris gemachtigde € 360,00 ;

6.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Flipse en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter