ECLI:NL:RBNHO:2021:784
public
2021-02-05T18:00:05
2021-02-01
Raad voor de Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2021-02-03
8136707 \ CV EXPL 19-16877
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
NL
Haarlem
Civiel recht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:784
public
2021-02-03T17:32:23
2021-02-05
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:RBNHO:2021:784 Rechtbank Noord-Holland , 03-02-2021 / 8136707 \ CV EXPL 19-16877

Luchtvaartclaim. Passagier heeft niet voldaan aan de stelplicht. Tegenover de betwisting door de vervoerder is niet komen vast te staan dat de passagier met een vertraging van drie uur of meer op de eindbestemming is aangekomen.

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8136707 \ CV EXPL 19-16877

Uitspraakdatum: 3 februari 2021

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[de passagier]

wonende te [woonplaats]

eiser

hierna te noemen de passagier

gemachtigde mr. D.E. Lof

tegen

de rechtspersoon naar Duits recht

Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft

gevestigd te Keulen (Duitsland)

gedaagde

hierna te noemen de vervoerder

gemachtigde mr. E.C. Douma

1Het procesverloop

1.1.

De passagier heeft bij dagvaarding van 10 september 2019 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagier heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2De feiten

2.1.

De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagier diende te vervoeren van Amsterdam naar München (Duitsland) met vluchtnummer LH2305 en aansluitend van München naar Olbia (Italië) met vluchtnummer LH1966 op 12 juli 2019.

2.2.

Vlucht LH2305 is vertraagd uitgevoerd, waardoor de passagier zijn aansluitende vlucht naar Olbia heeft gemist. De passagier heeft gekozen voor een ‘refund’ en daaraan heeft Lufthansa voldaan.

2.3.

De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met een vermeende vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming te Olbia.

2.4.

De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3De vordering

3.1.

De passagier vordert dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag van betaling; - € 37,50 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

De passagier heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is de passagier te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 250,00.

4Het verweer

4.1.

De vervoerder betwist de vordering. De passagier heeft volgens de vervoerder niet voldaan aan zijn substantiëringsplicht, doordat hij heeft nagelaten te vermelden hoe laat hij in Olbia is aangekomen en met welke vlucht. De vervoerder betwist dat de passagier met een vertraging van 3 uur of meer op de eindbestemming is aangekomen. Volgens de vervoerder wenste de passagier een refund conform artikel 8 van de Verordening en heeft de passagier deze ook gekregen. De vervoerder was daarom niet gehouden om de passagier om te boeken naar een alternatieve vlucht. Voorts voert de vervoerder aan dat het eerste deel van de vlucht (Amsterdam-München) is vertraagd ten gevolge van een buitengewone omstandigheid, te weten het intrekken door de luchtverkeersleiding van de oorspronkelijke ‘slot’ en het toewijzen van een later ‘slot’ van de onderhavige vlucht en de daaraan voorafgaande vlucht in verband met door de luchtverkeersleiding opgelegde beperkingen.

5De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

5.2.

De vervoerder heeft - primair - aangevoerd dat de passagier niet heeft voldaan aan de substantiëringsplicht (de kantonrechter begrijpt: de stelplicht), doordat de passagier heeft nagelaten te vermelden hoe laat en met welke vlucht hij in Olbia is aangekomen. Dit verweer slaagt. De kantonrechter overweegt dat de stelplicht en bewijslast ten aanzien van de gestelde vertraging van de vlucht op de passagier rust. Hij beroept zich immers op het rechtsgevolg van die stelling, te weten het recht op compensatie op grond van de Verordening. De passagier heeft zijn stelling dat hij met meer dan drie uur vertraging op de eindbestemming is aangekomen bij conclusie van repliek niet nader onderbouwd. Het had op de weg van de passagier gelegen om meer feiten en omstandigheden aan te voeren waaruit de juistheid van zijn stelling kan volgen. Dit heeft de passagier echter nagelaten. De passagier heeft alleen gesteld dat hij zelf een vlucht bij een andere luchtvaartmaatschappij heeft geboekt, maar hij heeft geen stukken overgelegd die dit onderbouwen. Tegenover de betwisting door de vervoerder is daarom niet komen vast te staan dat de passagier met een vertraging van drie uur of meer op de eindbestemming te Olbia is aangekomen.

5.3.

De conclusie is dat de kantonrechter de vordering zal afwijzen. De proceskosten komen voor rekening van de passagier, omdat hij ongelijk krijgt.

6De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst de vordering af;

6.2.

veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 150,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en verklaart dit vonnis in zoverre uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter