TUL bijzondere voorwaarden. De rechtbank wijzigt de bijzondere voorwaarden.
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18/840094-18
beslissing van de meervoudige kamer d.d. 19 maart 2021 op een vordering van de officier van justitie betreffende een onherroepelijk geworden vonnis van 21 maart 2019
in de zaak tegen
[veroordeelde] ,
geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven te [woonplaats] , [straatnaam] , thans verblijvende te [verblijfsplaats] .
Procesverloop
Bij vonnis van 21 maart 2019 is veroordeelde -onder andere- veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 120 dagen met aftrek van de tijd die veroordeelde in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, met bevel dat 108 dagen van die straf niet zullen worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van de daarbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel de bij dat vonnis gestelde bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
De officier van justitie heeft d.d. 25 februari 2021 schriftelijk gevorderd dat de bijzondere voorwaarden worden gewijzigd en dat de proeftijd wordt verlengd.
De behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 19 maart 2021. De officier van justitie, veroordeelde, zijn raadsvrouw mr. F.B. Flooren, de deskundige [naam] , jeugdreclasseerder, en de deskundige T. Keizer van de Raad voor de Kinderbescherming zijn gehoord.
Motivering
Uit de stukken blijkt dat de bij voormeld vonnis vastgestelde proeftijd is aangevangen op
5 april 2019.
Blijkens het schrijven van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering gedateerd 29 januari 2021 heeft veroordeelde de bij voornoemd vonnis opgelegde bijzondere voorwaarden die zien op dagbesteding en drugsgebruik niet nageleefd.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat de proeftijd wordt verlengd met 1 jaar en dat de bijzondere voorwaarden worden gewijzigd conform het advies van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering in het aanvullend rapport van 16 maart 2021.
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat zij zich kan vinden in de vordering van de officier van justitie.
De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat de proeftijd moet worden verlengd met 1 jaar en dat de bijzondere voorwaarden moeten worden gewijzigd zoals de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering heeft geadviseerd in het aanvullend advies van 16 maart 2021.
Beslissing
De rechtbank:
-
verlengt de proeftijd van de voorwaardelijke straf, voor zover opgelegd bij vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 21 maart 2019, met 1 jaar;
-
wijzigt daarbij de bijzondere voorwaarden in die zin dat deze komen te luiden:
1. dat de veroordeelde zich houdt aan de aanwijzingen van de gecertificeerde instelling te weten William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering;
2. dat de veroordeelde zich gedurende maximaal de duur van de proeftijd zal onthouden van het gebruik van alcohol en harddrugs en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan bloedonderzoek of urineonderzoek voor zover en zo lang de jeugdreclassering dat noodzakelijk acht;
3. dat de veroordeelde openheid van zaken blijft geven over zijn softdrugsgebruik en ook ten aanzien van deze bijzondere voorwaarde meewerkt aan bloedonderzoek of urineonderzoek voor zover en zo lang de jeugdreclassering dat noodzakelijk acht;
4. dat de veroordeelde een vorm van dagbesteding heeft en meewerkt aan begeleiding die hem hierbij de nodige ondersteuning biedt voor zover en zo lang de jeugdreclassering dat noodzakelijk acht;
5. dat de veroordeelde zich onder behandeling stelt van Ambiq of meewerkt aan een andere door de jeugdreclassering geïndiceerd(e) behandeling/traject voor zover en zo lang de jeugdreclassering dat noodzakelijk acht.
Geeft aan William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Deze beslissing is gegeven door mr. J. van Bruggen, voorzitter, tevens kinderrechter,
mr. L.W. Janssen en mr. C.J. Hoedt, rechters, bijgestaan door mr. K.E. van Rhijn griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 maart 2021.