De wrakingskamer wijst het verzoek tot wraking af.
RECHTBANK OVERIJSSEL
Wrakingskamer
Zittingsplaats Almelo
zaaknummer: 262931 KGRK 129/21
Beslissing van 12 maart 2021
op het verzoek van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker tot wraking,
gemachtigde: J.A. Parmentier, verbonden aan Platform Herstel te Hengelo (O),
strekkende tot wraking van mr. H.R. Schimmel, kantonrechter in deze rechtbank.
1De weergave van het proces-verloop
Op 3 maart 2021 te 5:57 uur heeft J.A. Parmentier namens verzoeker het schriftelijk wrakingsverzoek ingediend ter griffie van deze rechtbank, waarin de wraking van bovengenoemde kantonrechter wordt verzocht.
Die wraking is gedaan in de procedure waarbij door verzoeker een beroepschrift is ingediend tegen de beslissing van de Officier van Justitie. Blijkens het daarvan opgemaakt proces-verbaal, tevens aantekening mondelinge beslissing Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden op 21 januari 2021.
De wrakingskamer heeft kennis genomen van:- het verzoekschrift van verzoeker;- proces-verbaal, tevens aantekening mondelinge beslissing Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriftend.d. 21 januari 2021, waarbij het beroep van verzoeker tegen de beslissing van de Officier van Justitie ongegrond is verklaard.
2De ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek
Wraking is het verzoek om een voor de behandeling van de zaak aangewezen rechter te doen vervangen door een andere rechter. Na afloop van de zaak − na de genomen en uitgesproken beslissing − kan de zaaksrechter niet meer worden vervangen. Een verzoek tot wraking kan in beginsel in elke stand van de procedure worden gedaan, mits de behandeling van de zaak - dus - nog niet is geëindigd door het wijzen van een einduitspraak.
De onpartijdigheid van een rechter kan vóór het vonnis worden getoetst door de wrakingskamer, maar niet naderhand. De wrakingskamer stelt vast dat het wrakingsverzoek pas na de mondelinge beslissing is gedaan. Of een mondelinge uitspraak al dan niet rechtsgeldig is, is een kwestie waarvoor in hoger beroep aandacht kan worden gevraagd, maar niet in een wrakingsverzoek.
Uit het vorenstaande volgt dat de gewraakte kantonrechter de zaak niet meer behandelde op het moment dat het verzoek tot wraking werd gedaan. Verzoeker is daarom kennelijk
niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van kantonrechter mr. H.R. Schimmel. Aan een inhoudelijke behandeling van het verzoek komt de wrakingskamer daarom niet toe. Het verzoek zal, met toepassing van het bepaalde in artikel 9.1, aanhef en onder c, van het wrakingsprotocol van deze rechtbank worden afgewezen.
3De beslissing
De rechtbank:
wijst af het verzoek tot wraking van de kantonrechter mr. H.R. Schimmel.
Deze beslissing is gegeven door mrs. U. van Houten, A.M. Rikken en C.A. Peterzon, leden van de wrakingskamer, en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.
de griffier de voorzitter