De rechtbank velt geen inhoudelijk oordeel in de zaak tegen de 30-jarige vrouw omdat zij voor het verkeerde forum is gedagvaard. De rechtbank acht zich onbevoegd en geeft geen inhoudelijk oordeel. In haar zaak had de officier van justitie overigens vrijspraak gevorderd.
De eigenaren van Chickfriend en Chickclean zijn door de rechtbank veroordeeld tot 12 maanden celstraf. De twee Barnevelders hebben willens en wetens honderden pluimveestallen ontsmet met een bestrijdingsmiddel waar het verboden en schadelijke fipronil in zat. Zij verwaarloosden het belang van voedselveiligheid, zorgden voor gezondheidsrisico’s, milieuschade en een enorme economische schade.
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08-994501-19 (P)
Datum vonnis: 12 april 2021
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] .
1Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 21 december 2020 en 10, 11 en 29 maart 2021.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie
mr. D. van Ieperen en mr. F.A. Demmers en van hetgeen namens verdachte door haar raadsman mr. A.H.J.G. van Voorthuizen, advocaat te Ede, naar voren is gebracht.
2De tenlastelegging
De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode vanaf 11 augustus 2017 tot en met 12 februari 2018, al dan niet samen met een ander, biociden zonder toelating in haar bezit heeft gehad.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
zij
op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode vanaf 11 augustus 2017
tot en met 12 februari 2018, te Barneveld en/of Lunteren en/of Wageningen
en/of elders in Nederland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen
meermalen, maar in ieder geval eenmaal,
(telkens), opzettelijk, een of meer biocide(n), te weten (AMB-00287)
- een witte plastic flacon á 5 liter (DOC-03360), bevattende de werkzame stof
Amitraz en/of
- Dega 16 (DOC-03362), bevattende de werkzame stof Fipronil en/of
- 20 liters can 1 blauw 4% 15 1 = 375 L (DOC-03370), bevattende de werkzame
stof Fipronil en/of
- verzegelde witte liters verpakking zonder opschrift (DOC-03374), bevattende
de werkzame stof Fipronil en/of
- gele can half vol Debi puur (DOC-03376), bevattende de werkzame stof
Fipronil,
althans een of meer biocide(n), voorhanden heeft gehad,
terwijl (telkens) dat/die biocide(n) niet ingevolge de "Wet
gewasbeschermingsmiddelen en biociden" was/waren toegelaten.
3De voorvragen
Geldigheid van de dagvaarding
De rechtbank stelt vast dat de dagvaarding geldig is.
De bevoegdheid van de rechtbank
Verdachte is gedagvaard voor de meervoudige strafkamer van de rechtbank. De rechtbank overweegt dat anders dan in de zaak van de medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [verdacht bedrijf 1] en [verdacht bedrijf 2] , aan verdachte enkel een economisch strafbaar feit is ten laste gelegd. Ingevolge artikel 39 lid 2 van de Wet op de Economische Delicten (WED) is berechting door een andere dan de economische kamer slechts mogelijk indien economische delicten zijn begaan in samenhang met één of meer strafbare feiten en het economisch delict ook is ten laste gelegd samen met één of meer van die andere strafbare feiten. Dat is hier niet het geval, zodat deze meervoudige kamer niet bevoegd is het ten laste gelegde economische delict te berechten. De meervoudige strafkamer kan zich ook niet op grond van artikel 6 van het Wetboek van Strafvordering bevoegd verklaren, nu deze bepaling slechts de relatieve bevoegdheid regelt.
De rechtbank stelt vast dat de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank op grond van artikel 39 WED onbevoegd is om kennis te nemen van het ten laste gelegde feit aangezien dit feit een economisch delict betreft.
4De beslissing
De rechtbank:
- verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de tenlastelegging.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Melaard, voorzitter, mr. M.B. Werkhoven en
mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Seuters, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 12 april 2021.