ECLI:NL:RBROT:2021:1221
public
2021-02-17T11:15:27
2021-02-17
Raad voor de Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2021-02-12
10/147894-19
Eerste aanleg - meervoudig
NL
Rotterdam
Strafrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:1221
public
2021-02-17T11:15:05
2021-02-17
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:RBROT:2021:1221 Rechtbank Rotterdam , 12-02-2021 / 10/147894-19

Hoewel het handelen van de verdachte balanceert op de grens van het strafrecht, is onvoldoende bewijs aanwezig dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan de hem verweten wederrechtelijke vrijheidsberoving. De verklaringen van de aangevers zijn namelijk zowel op zichzelf als onderling te zeer wisselend om met de wettelijke vereiste mate van zekerheid te kunnen vaststellen wat er is voorgevallen. Volgt vrijspraak.

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/147894-19

Datum uitspraak: 12 februari 2021

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren op [geboortedatum verdachte] te [geboorteplaats verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [postcode verdachte] [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. J.M.C. Wessels, advocaat te Zwijndrecht.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 29 januari 2021.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. T.J. Lindhout heeft gevorderd:

  • bewezenverklaring van het onder 1, 2 (diefstal in vereniging) en 3 ten laste gelegde;

  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak feiten 1, 2 en 3

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie komt tot een bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten

1 (m.u.v. de gedachtestreepjes onder 4 en 5), 2 (diefstal van de jas) en 3 (m.u.v. de gedachtestreepjes onder 1 en 2). Dat is vooral gebaseerd op de verklaringen van de aangevers [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] .

Beoordeling

Vaststaat dat de verdachte en de medeverdachten [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] op 19 september 2018 op pad zijn gegaan om een gestolen scooter terug te halen. Dit heeft geleid tot een treffen tussen hen en de beide aangevers. Over deze gebeurtenis hebben de aangevers diverse verklaringen afgelegd. Die verklaringen zijn niet alleen op zichzelf, maar ook onderling zeer wisselend van aard. Zo lopen de verklaringen uiteen over hoe zij in de auto terecht zijn gekomen, over wel of geen gebruik van geweld, over wel of geen aanwezigheid van een wapen, over bedreigingen die wel of niet zijn geuit en over spullen die wel of niet zijn gestolen.

De verdachte en de medeverdachten hebben ontkend. Door de verdachte is ter zitting erkend dat hij zich bij het treffen met de aangevers intimiderend heeft opgesteld, maar dat hij niets heeft gestolen en dat hij de aangevers niet heeft bedreigd of heeft gedwongen in de auto te stappen. De medeverdachte [naam medeverdachte 1] heeft verklaard dat de aangevers vrijwillig in de auto zijn gestapt. Ook de medeverdachte [naam medeverdachte 2] heeft ontkent dat er sprake was van een ontvoering en een vuurwapen. Wel zou er volgens hem met stemverheffing zijn gesproken, omdat het ‘een serieus dingetje’ was.

Door de sterk wisselende en uiteenlopende verklaringen van de aangevers, in onderlinge samenhang bezien, blijft enige reële twijfel aan de betrouwbaarheid van die verklaringen. Deze kunnen dan ook niet bijdragen tot het bewijs dat sprake is geweest van wederrechtelijke vrijheidsberoving met geweld en bedreigingen. De rechtbank kan niet met de wettelijk vereiste mate van zekerheid vaststellen hoe de verdachten en de aangevers hebben gehandeld. Bij deze twijfel moet de verdachte worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde.

Het volgende wordt nog opgemerkt. Het handelen van de verdachte balanceert naar het oordeel van de rechtbank wel op de grens van het strafrecht. Hij heeft immers ter zitting verklaard voor eigen rechter te hebben gespeeld door op informele wijze, dus via “de weg van de straat” een conflict over een gestolen scooter “op te lossen”. Zoals hiervoor geoordeeld, is onvoldoende bewijs aanwezig dat de verdachte daarbij in strijd met artikel 282 Sr heeft gehandeld. Er zijn echter mogelijk aanwijzingen dat het handelen van de verdachte onder een andere delictsomschrijving (zoals artikel 284 Sr) zou zijn te brengen. Omdat een dergelijk feit niet aan de verdachte ten laste wordt gelegd, dient dit verder buiten beschouwing te blijven. De rechtbank wil de verdachte wel op het hart drukken dat hij in het vervolg een dergelijke wijze van “informele (conflict)oplossing” achterwege moet laten. Bij aanwijzingen dat er een strafbaar feit is gepleegd, dient – zeker buiten heterdaad – de politie te worden ingeschakeld.

5. Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

6. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. V.F. Milders, voorzitter,

en mrs. W.A.F. Damen en M.J.M. van Beckhoven, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C. van Wingerden, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Zijnde de voorzitter buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1hij op of omstreeks 19 september 2018 te Zwijndrecht en/of Hendrik-Ido-Ambachttezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,opzettelijk[naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2]wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden,door- nabij restaurant Verhage aan de Biesbos te Zwijndrecht op die [naam slachtoffer 1] af testappen en/of de jas van die [naam slachtoffer 1] uit te trekken en/of- die [naam slachtoffer 1] toe te voegen "Meekomen in die auto", althans woorden vansoortgelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of- die [naam slachtoffer 1] in een/die auto te trekken en/of via de Kort-Ambachtlaan teZwijndrecht naar de Vlaamsestraat te Zwijndrecht te rijden en/of- die [naam slachtoffer 1] toe te voegen "Het is dat we jou kennen anders hadden we jou inde kofferbak gegooid en ontvoerd en was je een week niet thuis gekomen" en/of"Nu ga je die icloud uitdoen anders ga ik je slaan en anders wordt ik helemaalgek" en/of "Niets met de leiding bespreken anders gaan er kogels vliegen", althanswoorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of- een metaalachtig voorwerp op het hoofd van die [naam slachtoffer 1] te zetten en/of- (daarna) op of nabij de Vlaamsestraat te Zwijndrecht aan die [naam slachtoffer 2] toe te voegendat hij en die [naam slachtoffer 1] doodgeschoten zouden worden als hij, [naam slachtoffer 2] , niet mee zougaan en/of dat hij, verdachte, een wapen had, althans woorden van soortgelijkedreigende aard en/of strekking en/of- (aldaar) (ook) die [naam slachtoffer 2] in die auto mee te nemen en/of- (vervolgens) met die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] in die auto naar de Bramengaarde teHendrik-Ido-Ambacht te rijden en/of- tijdens de rit tegen die [naam slachtoffer 2] te zeggen dat hij, verdachte, de motorscooter wildehebben en als die [naam slachtoffer 2] niet zou meewerken, hij, verdachte, die [naam slachtoffer 2] dan zoudoodschieten, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekkingen/of- een pakje sigaretten met (daarin) 20 euro van die [naam slachtoffer 2] af te pakken;

(art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek vanStrafrecht)

2hij op of omstreeks 19 september 2018 te Zwijndrecht en/of Hendrik-Ido-Ambachttezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een jas en/of een een portemonnee en/of een of meer pasje(s) en/of een telefoonen/of een aansteker en/of een huissleutel en/of een pakje sigaretten en/of eengeldbedrag van 20 euro, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan eenander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] ,heeft weggenomenmet het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/ofbedreiging met geweld tegen [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] , gepleegd met hetoogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bijbetrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzijde vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door- nabij restaurant Verhage aan de Biesbos te Zwijndrecht op die [naam slachtoffer 1] af testappen en/of de jas van die [naam slachtoffer 1] uit te trekken en/of- die [naam slachtoffer 1] toe te voegen "Meekomen in die auto", althans woorden vansoortgelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of- die [naam slachtoffer 1] in een/die auto te trekken en/of via de Kort-Ambachtlaan teZwijndrecht naar de Vlaamsestraat te Zwijndrecht te rijden en/of- die [naam slachtoffer 1] toe te voegen "Het is dat we jou kennen anders hadden we jou inde kofferbak gegooid en ontvoerd en was je een week niet thuis gekomen" en/of"Nu ga je die icloud uitdoen anders ga ik je slaan en anders wordt ik helemaalgek" en/of "Niets met de leiding bespreken anders gaan er kogels vliegen", althanswoorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of- een metaalachtig voorwerp op het hoofd van die [naam slachtoffer 1] te zetten en/of- (daarna) op of nabij de Vlaamsestraat te Zwijndrecht aan die [naam slachtoffer 2] toe te voegendat hij en die [naam slachtoffer 1] doodgeschoten zouden worden als hij, [naam slachtoffer 2] , niet mee zougaan en/of dat hij, verdachte, een wapen had, althans woorden van soortgelijkedreigende aard en/of strekking en/of- (aldaar) (ook) die [naam slachtoffer 2] in die auto mee te nemen en/of- (vervolgens) met die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] in die auto naar de Bramengaarde teHendrik-Ido-Ambacht te rijden en/of- tijdens de rit tegen die [naam slachtoffer 2] te zeggen dat hij, verdachte, de motorscooter wildehebben en als die [naam slachtoffer 2] niet zou meewerken, hij, verdachte, die [naam slachtoffer 2] dan zoudoodschieten, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekkingen/of- een pakje sigaretten met (daarin) 20 euro van die [naam slachtoffer 2] af te pakken;

(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht)

3hij op of omstreeks 19 september 2018 te Zwijndrecht en/of Hendrik-Ido-Ambachttezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,[naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] heeft bedreigdmet enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door- die [naam slachtoffer 1] de woorden toe te voegen "Het is dat we jou kennen andershadden we jou in de kofferbak gegooid en ontvoerd en was je een week niet thuisgekomen" en/of "Nu ga je die icloud uitdoen anders ga ik je slaan en anders wordtik helemaal gek" en/of "Niets met de leiding bespreken anders gaan er kogelsvliegen", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of- een metaalachtig voorwerp op het hoofd van die [naam slachtoffer 1] te zetten en/of- (daarna) aan die [naam slachtoffer 2] - zakelijk weergegeven - de woorden toe te voegen dat hijen die [naam slachtoffer 1] doodgeschoten zouden worden als hij, [naam slachtoffer 2] , niet mee zou gaanen/of dat hij, verdachte, een wapen had en/of tegen die [naam slachtoffer 2] te zeggen dat hij,verdachte, de motorscooter wilde hebben en als die [naam slachtoffer 2] niet zou meewerken, hij,verdachte, die [naam slachtoffer 2] dan zou doodschieten, althans woorden van soortgelijkedreigende aard en/of strekking;

(art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek vanStrafrecht)