Omdat de verklaringen van de aangevers zowel op zichzelf als onderling te zeer wisselend zijn om met de wettelijke vereiste mate van zekerheid te kunnen vaststellen wat er is voorgevallen, wordt de verdachte vrijgesproken van de hem verweten wederrechtelijke vrijheidsberoving. Voor het bezit van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp wordt de verdachte schuldig verklaard zonder oplegging van straf of maatregelen (9a Sr).
Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10/186389-18
Datum uitspraak: 12 februari 2021
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte] ,
geboren op [geboortedatum verdachte] te [geboorteplaats verdachte] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres verdachte] , [postcode verdachte] te [woonplaats verdachte] ,
raadsvrouw mr. C.G.Th. van de Weerd, advocaat te Dordrecht.
1. Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 29 januari 2021.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3. Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. T.J. Lindhout heeft gevorderd:
-
bewezenverklaring van het onder 1, 2 (diefstal in vereniging), 3 en 4 ten laste gelegde;
-
veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
4. Waardering van het bewijs
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het onder 4 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. Het voorwerp is in de kamer van de verdachte gevonden. Er zijn in het dossier geen bewijsmiddelen aangetroffen waaruit volgt dat dit op een wapen gelijkend voorwerp is gebruikt bij de gebeurtenissen die – in de visie van de officier van justitie – hebben geleid tot de overige strafbare feiten die aan de verdachte zijn ten laste gelegd.
Vrijspraak feiten 1, 2 en 3
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie komt tot een bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten 1 (m.u.v. de gedachtestreepjes onder 4 en 5), 2 (diefstal in vereniging) en 3 (m.u.v. de gedachtestreepjes onder 1 en 2). Dat is vooral gebaseerd op de verklaringen van de aangevers [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] .
Beoordeling
Vast staat dat verdachte en de medeverdachten [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] op 19 september 2018 op pad zijn gegaan om een gestolen scooter terug te halen. Dit heeft geleid tot een treffen tussen de verdachten en de aangevers [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] . Over deze gebeurtenis hebben de aangevers diverse verklaringen afgelegd. Die verklaringen zijn niet alleen op zichzelf, maar ook onderling zeer wisselend van aard. Zo lopen de verklaringen uiteen over hoe zij in de auto terecht zijn gekomen, over wel of geen gebruik van geweld, over wel of geen aanwezigheid van een wapen, over bedreigingen die wel of niet zijn geuit en over spullen die wel of niet zijn gestolen.
De verdachte en de medeverdachten hebben ontkend. De verdachte heeft ter zitting verklaard dat de aangevers vrijwillig in de auto zijn gestapt, dat de sfeer intimiderend was, maar hij heeft ontkend dat sprake is geweest van ontvoering en bedreigingen. Door de medeverdachte [naam medeverdachte 1] is verklaard dat hij zich bij het treffen met de aangevers intimiderend heeft opgesteld, maar dat hij niets heeft gestolen en dat hij de aangevers niet heeft bedreigd of heeft gedwongen in de auto te stappen. Ook de medeverdachte [naam medeverdachte 2] heeft ontkend dat er sprake was van een ontvoering en een vuurwapen. Wel zou er met stemverheffing zijn gesproken, omdat het ‘een serieus dingetje’ was.
Door de sterk wisselende en uiteenlopende verklaringen van de aangevers, in onderlinge samenhang bezien, blijft enige reële twijfel aan de betrouwbaarheid van die verklaringen. Deze kunnen om die reden ook niet bijdragen tot het bewijs dat sprake is geweest van wederrechtelijke vrijheidsberoving met geweld en bedreigingen. De rechtbank kan niet met de wettelijk vereiste mate van zekerheid vaststellen hoe de verdachten en de aangevers hebben gehandeld. Bij deze twijfel moet de verdachte worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde.
Het volgende wordt nog opgemerkt. De rechtbank wil de verdachte op het hart drukken dat hij in het vervolg een dergelijke wijze van “informele (conflict)oplossing” achterwege moet laten. Bij aanwijzingen dat er een strafbaar feit is gepleegd, dient – zeker buiten heterdaad – de politie te worden ingeschakeld
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 4 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
4hij op 20 september 2018 te Zwijndrechteen wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1, Categorie I, onder 7° van de Wet wapensen munitie, gelet op 3 onder a van de Regeling wapens en munitie,te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dateen ernstige bedreiging van personen kon vormen en dat zodanig op eenwapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk eennabootsing van een pistool, welk door vorm en afmetingen een sprekendegelijkenis vertoont met een vuurwapen, namelijk een pistool, merk Colt, model1911-A1, kaliber .45 ACP, voorhanden heeft gehad
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.
5. Strafbaarheid feit
Het bewezen feit levert op:
Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
Het feit is derhalve strafbaar.
6. Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is derhalve strafbaar.
7. Schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel
De verdachte heeft een nabootsing van een pistool in zijn bezit gehad; een feit waarvoor normaal gesproken een geldboete wordt opgelegd. De verdachte is aangehouden en in verzekering gesteld op verdenking van meerdere strafbare feiten, onder meer terzake de overtreding van de Wet wapens en munitie. Omdat hij voor de feiten 1, 2 en 3 wordt vrijgesproken, acht de rechtbank het voldoende te bepalen, dat aan hem voor het bewezenverklaarde strafbare feit onder 4, geen straf of maatregel meer zal worden opgelegd. De verdachte heeft voor zijn onverstandige handelen al twee dagen inverzekeringstelling ondergaan. Mede om die reden ziet de rechtbank geen reden voor een andere of extra bestraffing voor het bewezenverklaarde feit.
8. Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
9. Beslissing
De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 4 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
bepaalt dat ten aanzien van het onder 4 bewezenverklaarde feit geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. V.F. Milders, voorzitter,
en mrs. W.A.F. Damen en M.J.M. van Beckhoven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C. van Wingerden, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
Zijnde de voorzitter buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1hij op of omstreeks 19 september 2018 te Zwijndrecht en/of Hendrik-Ido-Ambachttezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,opzettelijk[naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2]wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden,door- nabij restaurant Verhage aan de Biesbos te Zwijndrecht op die [naam slachtoffer 1] af testappen en/of de jas van die [naam slachtoffer 1] uit te trekken en/of- die [naam slachtoffer 1] toe te voegen "Meekomen in die auto", althans woorden vansoortgelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of- die [naam slachtoffer 1] in een/die auto te trekken en/of via de Kort-Ambachtlaan teZwijndrecht naar de Vlaamsestraat te Zwijndrecht te rijden en/of- die [naam slachtoffer 1] toe te voegen "Het is dat we jou kennen anders hadden we jou inde kofferbak gegooid en ontvoerd en was je een week niet thuis gekomen" en/of"Nu ga je die icloud uitdoen anders ga ik je slaan en anders wordt ik helemaalgek" en/of "Niets met de leiding bespreken anders gaan er kogels vliegen", althanswoorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of- een metaalachtig voorwerp op het hoofd van die [naam slachtoffer 1] te zetten en/of- (daarna) op of nabij de Vlaamsestraat te Zwijndrecht aan die [naam slachtoffer 2] toe te voegendat hij en die [naam slachtoffer 1] doodgeschoten zouden worden als hij, [naam slachtoffer 2] , niet mee zougaan en/of dat hij, verdachte, een wapen had, althans woorden van soortgelijkedreigende aard en/of strekking en/of- (aldaar) (ook) die [naam slachtoffer 2] in die auto mee te nemen en/of- (vervolgens) met die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] in die auto naar de Bramengaarde teHendrik-Ido-Ambacht te rijden en/of- tijdens de rit tegen die [naam slachtoffer 2] te zeggen dat hij, verdachte, de motorscooter wildehebben en als die [naam slachtoffer 2] niet zou meewerken, hij, verdachte, die [naam slachtoffer 2] dan zoudoodschieten, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekkingen/of- een pakje sigaretten met (daarin) 20 euro van die [naam slachtoffer 2] af te pakken;
(art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek vanStrafrecht)
2hij op of omstreeks 19 september 2018 te Zwijndrecht en/of Hendrik-Ido-Ambachttezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een jas en/of een een portemonnee en/of een of meer pasje(s) en/of een telefoonen/of een aansteker en/of een huissleutel en/of een pakje sigaretten en/of eengeldbedrag van 20 euro, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan eenander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] ,heeft weggenomenmet het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/ofbedreiging met geweld tegen [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] , gepleegd met hetoogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bijbetrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzijde vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door- nabij restaurant Verhage aan de Biesbos te Zwijndrecht op die [naam slachtoffer 1] af testappen en/of de jas van die [naam slachtoffer 1] uit te trekken en/of- die [naam slachtoffer 1] toe te voegen "Meekomen in die auto", althans woorden vansoortgelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of- die [naam slachtoffer 1] in een/die auto te trekken en/of via de Kort-Ambachtlaan teZwijndrecht naar de Vlaamsestraat te Zwijndrecht te rijden en/of- die [naam slachtoffer 1] toe te voegen "Het is dat we jou kennen anders hadden we jou inde kofferbak gegooid en ontvoerd en was je een week niet thuis gekomen" en/of"Nu ga je die icloud uitdoen anders ga ik je slaan en anders wordt ik helemaalgek" en/of "Niets met de leiding bespreken anders gaan er kogels vliegen", althanswoorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of- een metaalachtig voorwerp op het hoofd van die [naam slachtoffer 1] te zetten en/of- (daarna) op of nabij de Vlaamsestraat te Zwijndrecht aan die [naam slachtoffer 2] toe te voegendat hij en die [naam slachtoffer 1] doodgeschoten zouden worden als hij, [naam slachtoffer 2] , niet mee zougaan en/of dat hij, verdachte, een wapen had, althans woorden van soortgelijkedreigende aard en/of strekking en/of- (aldaar) (ook) die [naam slachtoffer 2] in die auto mee te nemen en/of- (vervolgens) met die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] in die auto naar de Bramengaarde teHendrik-Ido-Ambacht te rijden en/of- tijdens de rit tegen die [naam slachtoffer 2] te zeggen dat hij, verdachte, de motorscooter wildehebben en als die [naam slachtoffer 2] niet zou meewerken, hij, verdachte, die [naam slachtoffer 2] dan zoudoodschieten, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekkingen/of- een pakje sigaretten met (daarin) 20 euro van die [naam slachtoffer 2] af te pakken;
(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht)
3hij op of omstreeks 19 september 2018 te Zwijndrecht en/of Hendrik-Ido-Ambachttezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,[naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] heeft bedreigdmet enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door- die [naam slachtoffer 1] de woorden toe te voegen "Het is dat we jou kennen andershadden we jou in de kofferbak gegooid en ontvoerd en was je een week niet thuisgekomen" en/of "Nu ga je die icloud uitdoen anders ga ik je slaan en anders wordtik helemaal gek" en/of "Niets met de leiding bespreken anders gaan er kogelsvliegen", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of- een metaalachtig voorwerp op het hoofd van die [naam slachtoffer 1] te zetten en/of- (daarna) aan die [naam slachtoffer 2] - zakelijk weergegeven - de woorden toe te voegen dat hijen die [naam slachtoffer 1] doodgeschoten zouden worden als hij, [naam slachtoffer 2] , niet mee zou gaanen/of dat hij, verdachte, een wapen had en/of tegen die [naam slachtoffer 2] te zeggen dat hij,verdachte, de motorscooter wilde hebben en als die [naam slachtoffer 2] niet zou meewerken, hij,verdachte, die [naam slachtoffer 2] dan zou doodschieten, althans woorden van soortgelijkedreigende aard en/of strekking;
(art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek vanStrafrecht)
4hij op of omstreeks 20 september 2018 te Zwijndrechteen wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1, Categorie I, onder 7° van de Wet wapensen munitie, gelet op 3 onder a van de Regeling wapens en munitie,te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dateen ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op eenwapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk eennabootsing van een pistool, welk door vorm en afmetingen een sprekendegelijkenis vertoont met een vuurwapen, namelijk een pistool, merk Colt, model1911-A1, kaliber .45 ACP, voorhanden heeft gehad;(art 13 lid 1 Wet wapens en munitie)